Bier, cider, wijn & Trein

Plus gedistilleerd en boten (en eten en …)

Bier, boten, treinen en wijn

Posted by Treinjan op 13/08/2021

Juli – augustus 2021

Bijna een jaar na mijn vorige reis gaat het weer richting Duitsland en Zwitserland, weer met een “Mund-Nase-Bedeckung” paraat. De heenreis gaat niet geheel zoals gepland, maar ik arriveer uiteindelijk toch op de juiste tijd in Ehingen a/d Donau, Baden-Württemberg (zuidwest van Ulm). Ehingen voert de naam “Bierkulturstadt”, er zijn 5 brouwerijen. Bij een inwonertal van ruim 26.000 slaan ze daarmee geen slecht figuur in verhouding tot bijvoorbeeld Amberg in de Oberpfalz en Bamberg in Oberfranken. Tien jaar geleden was ik ook al eens in deze contreien, toen waren er ook vijf brouwerijen, een van dat vijftal brouwt niet meer maar een andere Gasthof (annex hotel) heeft onlangs de traditie weer opgepakt met een kleine installatie. Destijds heb ik ondermeer in de al eeuwen bestaande Brauereigasthof Schwanen gegeten, toen was men daar bezig aan de overkant van de straat een hotel te bouwen en daar verblijf ik ditmaal. Na aankomst is het vrijwel meteen tijd voor een brouwerijrondleiding, er is een kleine installatie in het restaurant en een grotere erachter.

De maisch- annex brouwketel van de grote installatie is nog koper, de rest van de installatie is in staal uitgevoerd. De kleine installatie wordt vooral gebruikt voor brouwcursussen, verder voor kleine of proefbrouwsels. Men distilleert hier ook en maakt andere produkten met bier of laat deze elders maken. Na de rondleiding nog een maaltijd in de Gasthof, begeleid door twee bieren van het vat: het bier van de maand, een IPA (engelse stijl) en het Zwicklbier.

Donderdagmorgen ontbijt in de Gasthof, de grote brouwinstallatie is nu achtergrond voor een deel van het ontbijtbuffet (achter glas, dat wel); ik zit naast de kleine installatie. Bij binnenkomst wordt je een tafel toegewezen, je ontsmet je handen en trekt dan wegwerphandschoenen aan om te pakken wat je wilt eten. Vervolgens de stad in om wat rond te kijken, een enkele boodschap en tussendoor natuurlijk een kopje koffie, zonder iets erbij. Middageten in Gasthof zum Ochsen, waar ze de bieren van de Berg Brauerei schenken, deze ligt in Ehingen-Berg aan de andere kant van de Donau. Het toetje is bierijs van Ulrichsbier met een scheutje bierlikeur die ook van dat bier gemaakt is, erg lekker.

Na een rustge middag avondeten in Hotel-restaurant Adler, waar de jongste installatie van Ehingen staat. Er wordt vooralsnog slechts een bier gebrouwen, een Fass-Weizen, de andere bieren op het menu komen (alweer) van brouwerij Berg. Een eerdere incarnatie van brouwerij Adler (rond 1900) was beroemd vanwege het Weizenbier dat uitsluitend op vat verkrijgbaar was, vandaar dat men ongeveer twee jaar geleden met dat bier begonnen is. De beperkte capaciteit laat een uitbreiding met andere soorten (nog) niet toe. Na nog een kleine rondwandeling ter bevordering van de spijsvertering breng ik de avond op mijn balkon door.

Vrijdagmorgen wederom een stevig ontbijt, dan met de trein naar Heidenheim (a/d Brenz). Ik wandel de stad in, vind een terras voor een kop koffie, kijk omhoog en zie een goede reden om hierheen te komen, het boven de stad uittorenende Schloss Hellenstein. Het is een hele klim, maar te doen dankzij stukken schaduw en strategisch geplaatste banken. In het slot zijn twee musea waar ik ook nog een uurtje of twee doorbreng. Beneden aangekomen is het tijd voor iets verkoelends, dan op mijn gemak weer terug naar Ehingen (via Ulm). De avondmaaltijd vormt de finale van dit eerste deel van mijn rondreis, een vier-gangen bierdiner, de combinaties vind ik redelijk tot zeer goed geslaagd. Ter afronding nog een kop koffie plus bierlikeur.

Zaterdag inpakken en afrekenen, dan naar het station om te zien wat de DB nu weer voor me in petto heeft. Het valt mee, maar ik loop toch weer een uur vertraging op op mijn reis naar Friedrichshafen Hafen. De Duitse veerboot naar Romanshorn in Zwitserland vaart wel op tijd, en de daarop volgende Zwitserse treinen rijden ook “geheel volgens dienstregeling”. In Sankt Gallen nog een snelle boodschap (adapter vergeten), dan met de tram-trein (“Überland Strassenbahn”) naar Teufen in Appenzell Ausserrhoden. Ik verblijf in een pension dat heel wat hoger op de helling ligt dan het tramstation, dat valt even tegen. Maar het appartement dat ik daar heb valt beslist niet tegen, zeer ruim en comfortabel. Het is een al wat ouder pand, dus ik moet bij de deuren oppassen voor mijn hoofd. Het restaurant waar ik die avond (heel lekker!) eet is trouwens nog lager, daar kan ik in zowel Gaststube als restaurant niet rechtop staan. Het restaurant voert de bieren van Locher uit Appenzell, ik drink nog eens het amberbier Köhler, oorspronkelijk van brouwerij Karbacher uit Schönenwerd (gestopt in 2009). Overigens geniet ik ook van een glaasje wijn, een Chasselas uit het Waadtland. Daarna een kleine rondwandeling, in het appartement nog een kopje thee en op tijd naar bed.

Zondagmorgen merk ik dat mijn appartement, dat in een nieuwere uitbouw ligt, naar verhouding nog hoog is, in het oudere hoofdgebouw kan ik niet rechtopstaan, net zoals gisteren in het restaurant. Het ontbijt is een stuk simpeler dan in Ehingen, maar qua kaaskeuze en -kwaliteit (zoals verwacht) veel beter. Geen luxe broodjes, wel vier of vijf verschillende soorten gesneden brood, inclusief Züpfe (melkwit vlechtbrood). Bij de ingang van de ontbijtruimte hangt een dispenser met ontsmettingsmiddel, en je draagt een masker tenzij je op je plek zit, verder is het een vrijwel gewoon ontbijtbuffet. Goed gesterkt ga ik vervolgens via St. Gallen en Zürich naar Herrliberg aan de Zürichsee, waar je zo van het station naar de aanlegsteiger van de ZSG (Zürichsee Schiffahrtsgesellschaft) loopt. Hier neem ik de boot (MS Linth) naar Rapperswil (met Interrail betaal je half geld) en eet een eenvoudige doch voedzame maaltijd (vis natuurlijk). Erbij een glas Züri Hell, een redelijk hoppig bier van brouwerij Uster dat de ZSG als scheepsbier beschouwt, het is overigens ook elders verkrijgbaar.

Rapperswil is best het aanzien waard, maar het wil maar niet droog worden, dus ik zoek een droge (en warme) trein op. In Rüti stap ik over op het boemeltje door het Tösstal naar Winterthur. In Bauma vang ik nog een glimp op van de museumtrein die vandaar naar Hinwil rijdt, maar ik zie af van een overstap, alweer vanwege het weer. Via Gossau en Appenzell rijd ik terug naar Teufen, onderweg doe ik op een station nog wat aankopen voor het avondmaal. Na de culinaire uitspattingen van de voorgaande dagen mag het wel even wat minder (en goedkoper). Later die avond maak ik nog het laatste flesje Schwanen-Brau Zwickl soldaat, dat was meegereisd vanuit Ehingen.

Maandag is het weer een heel stuk beter, ik neem de tram via St. Gallen naar Trogen, het eindpunt van de lijn. Onderweg heb je meermaals een fraai uitzicht richting Bodensee, dus ik keer om tot de halte Vögelinsegg en loop naar halte Schwarzer Bären met onderhand diverse fotostops.

Met de volgende tram naar St. Gallen en vandaar per trein naar het stadje Bischofszell. Een mooi oud centrum met maar weinig touristen. Ik kan buiten eten, op het middagmenu staat ook risotto, dus de keuze is niet moeilijk. Dan via Sulgen naar Romanshorn aan de Bodensee waar ik ook weer de pont uit Friedrichshafen zie arriveren. Nu is het de Romanshorn van de Zwitserse SBS, afgelopen zaterdag had ik de Friedrichshafen van de Duitse BSB. Door naar Rorschach voor nog een ritje naar een hogergelegen plaats met onderweg mooi uitzicht. De Rorschach-Heiden Bergbahn rijdt met een ouder model motorwagen die drie ook niet al te nieuwe open uitzichtwagens naar boven duwt.

De RHB is normaalsporig en rijdt tussen Rorschach Hafen en Rorschach gewoon tussen alle andere treinen door, schakelt dan na het verlaten van het emplacement van Rorschach over op tandrad. Bij de rit omhoog kijkt de machinist tegen de wagon voor hem aan, dan volgt hij de aanwijzingen van de conducteur, ze staan (ondermeer) per mobilofoon met elkaar in contact.

Aangekomen in Heiden keren we meteen om, ik stap in Rorschach over op een S-Bahn gereden door de SOB met moderne en snelle FLIRTs, het contrast kan bijna niet groter. Via St Gallen naar Teufen, boodschappen doen bij de Migros (en ja, er is chocolade in de aanbieding, maar ik weet me behoorlijk in te houden) en dan een eenvoudige avondmaaltijd in mijn appartement. Om buiten te zitten wordt het al gauw te koud maar ik kan nog wel even genieten van het uitzicht op het Alpstein massief.

Dinsdag begint de volgende etappe. Na nog weer een stevig ontbijt opruimen, inpakken en gedag zeggen. Tram naar St. Gallen, trein via Zürich naar Luzern – dat is eigenlijk een omweg, maar anders zou ik te vroeg zijn voor mijn laatste vervoermiddel. De Schweizerische Südostbahn (SOB) rijdt sinds dit jaar naast de Voralpen-Express (St. Gallen – Luzern) ook een Interregio over de oude Gotthard-route, dus via de Scheiteltunnel (Göschenen – Airolo) oder de naam Treno Gottardo. Deze treinen rijden alternerend vanuit Basel – Luzern en Zürich naar Arth-Goldau, dan elk uur “bovenover” naar Bellinzona, eindpunt is Locarno.

Ook hier worden de koperkleurige Traverso-treinstellen uit de Flirt-familie ingezet. Mijn trein uit St. Gallen biedt al in Zürich direkte aansluiting op de TG maar in Luzern ook en dan op die van een uur later, in beide gevallen hoef je alleen maar het perron over te steken. Ik reis zuidwaarts tot Flüelen en wacht daar op mijn laatste vervoermiddel van deze dag, het DS Unterwalden, DS = DampfSchiff, meestal maar niet uitsluitend een raderstoomboot.

Ik vaar mee tot Gersau onder het genot van het scheepsbier van de SGV (Schiffahrts Gesellschaft Vierwaldstättersee), Urbräu, gebrouwen in Einsiedeln. Het weer is matig, bij Brunnen valt er nog een stevige bui maar in Gersau is het gelukkig weer droog. Na installeren in het Gasthaus nog een kleine rondwandeling die ik met een blik op de lucht nog iets korter maak, terecht naar later blijkt. Een prima avondmaaltijd in het Gasthaus, vis uit het meer en lokale wijn, dan weer niet te laat naar bed. Dat het niet warm is komt in een opzicht goed uit, je kunt met het raam dicht slapen. Vlakbij staat namelijk een kerk die elk kwartier van zich laat horen, op het hele uur zeer uitgebreid; dat was in Teufen trouwens ook het geval, maar die kerk stond verder weg.

Woensdag begint de dag bewolkt en koel. Het ontbijt in het Gasthaus is vergelijkbaar opgezet als in Teufen, handen ontsmetten en masker op als je niet op je plek zit. Andere broodkeuze, andere kaaskeuze (lokale kaas: Küssnachter), vrij eenvoudig maar prima. Dan zet ik de gistermiddag afgebroken verkenning van het dorp nog even voort, eindigend bij de Tourist Information. Hier koop ik ook een dagkaart voor de boot (50% korting met Interrail) want vandaag is Raddampfer-Tag. Bergen zijn ook ruimschoots aanwezig, maar door de bewolking niet in hun volle glorie te zien. Gisteren was ik al gestart met DS Unterwalden (bouwjaar 1902), vandaag zijn de andere drie schepen aan de beurt die op dit moment ingezet worden.

Eerst de Uri (de oudste, 1901) naar Flüelen en nog een stukje terug richting Luzern, dan weer naar Flüelen met de Gallia (de snelste, dateert van 1913) en vervolgens weer een langer traject met de Stadt Luzern, de jongste (1928) en grootste en ook het vlaggeschip van de SGV. Aan boord van de Uri drink ik eerst een kopje koffie met iets erbij, later eet ik een sandwich Zwitserse stijl, wat neerkomt op een met Urner kaas goed belegd half meergranen stokbrood, daarbij Milde Moscht van Ramseier, cider die wat minder zuur gemaakt is door toevoeging van appelsap. Verder drink ik nog iets zonder alcohol aan boord van de Stadt Luzern.

Dit ook aandrijvingstechnisch zeer interessant schip (driecilinder enkele expansie, de oudere schepen hebben twee cilinders, dubbele expansie) zet me af in Vitznau waar ik even het functioneren van de aparte draaischijf van de Rigi-Bahn kan bekijken alvorens met een “gewone” motorboot terug te varen naar Gersau. Avondeten net als gisteren in het Gasthaus, wederom vis als hoofdgerecht en een glas Zwitserse wijn (+ water) erbij. [Voor de volledigheid: het dit seizoen niet ingezette DS Schiller dateert van 1906.]

De volgende ochtend is het weer inpakken geblazen. Onderhand plenst het buiten behoorlijk, maar als ik de Gasthof verlaat is het droog en even later laat de zon zich zelfs zien. In de Tourist Information ontdek ik nog een lokaal bier, dus gaat er nog een flesje mee. Per bus naar Brunnen, daar doe ik nog even boodschappen voor de reis (supermarkt tegenover het station), dan met de Treno Gottardo “bovenover” naar Bellinzona in Ticino, waar het zonnig en redelijk warm is. Er is een eigen Traverso Bier, alleen verkrijgbaar in de Traverso treinen van de SOB die twee “bistro”-afdelingen hebben met automaten voor koffie, fris, snoep en dergelijke. Het kost enige moeite om de automaat tot medewerking te bewegen maar uiteindelijk lukt het toch. Het blik gaat mee om later te proeven, ik drink nooit bier direkt uit een blik. Ik keer in Bellinzona meteen om en neem de IC terug naar het noorden “onderdoor”, dus door de Gotthard-basistunnel. Snel, maar niet veel te zien, ook niet als zo nu en dan de tunnelverlichting aan is. Maar de Giruno-treinstellen die de SBB hier inzet zijn behoorlijk comfortabel, ook bij 230 – 250 km p/u. De verwantschap met de Treno Gottardo is merkbaar, ook de Giruno is een Stadler-produkt.

In Zürich HB overstappen, via Olten en Burgdorf gaat het naar Oberburg en mijn familie. Het in Gersau aangeschafte flesje bier drink ik als slaapmutsje. Het is een ongefilterd blond Lagerbier, 5,2 vol%, gebrouwen door Gasthausbrauerei Rigi-Gold, lichtjes citrus, goed doordrinkbaar. De brouwerij ligt op een alp in de gemeente Küssnacht am Rigi, op 1030 meter boven de zeespiegel, het Vierwoudstrekenmeer ligt op 433 meter.

Vrijdag is een rustig dagje, ik ga er niet uitgebreid met de trein op uit. Wel in de middag nog even naar Burgdorf, kijken of de Co-op misschien chocolade in de aanbieding heeft (bingo!) en of er soms nog een speciale uitgave van de Burgdorfer Brauerei is (wederom: bingo!). Avondeten is raclette, normaal gesproken is dat in deze tijd van het jaar niet het eerste gerecht waaraan je denkt, maar het is nu niet zo warm. Begeleidende drank is thee, het blik Traverso-bier is voor later op de avond. Dit bier is ook door brouwerij Uster gebrouwen, blond met een waasje, matig gehopt, nogal wat koolzuur, toch behoorlijk doordrinkbaar. Ik zou het wel eens 1 op 1 (en blind, eventueel middels een driehoekstest) willen vergelijken met het Züri Hell. Ze zijn in ieder geval nauw verwant.

Zaterdag staat een andere drank op het programma. Ik reis naar de Lavaux, een wijnbouwgebied aan het meer van Genève (Genfer See / Lac Leman), kanton Vaud (Waadt). De reis gaat via Burgdorf, Bern, Fribourg en Lausanne naar Cully vanwaar een minibusje pendelt naar Epesses. Het festival Epesses découverte begint in de openlucht, maar er komt regen aan en daar is al rekening mee gehouden, anderhalf uur na aanvang verhuist alle wijn en al het volk naar binnen in een ruime zaal. Dat is niet zo’n grote operatie, er zijn vijf wijnhuizen (met circa 22 wijnen) en grof geschat een kleine honderd proevers.

Onder normale omstandigheden is dit een veel groter festival, maar vanwege corona is er elke maand een klein festival met verplichte aanmelding. Ik ontdekte dit festival via een folder van de SBB, die boden een combi-ticket met korting op de reis en de toegang. Ik had natuurlijk al een kaartje, maar de korting op de toegangsprijs was voor iedereen die met het openbaar vervoer kwam. Die prijs viel trouwens best mee, Sfr 20,– (of Sfr 16,– met korting) voor toegang (polsbandje), een glas en alle proevertjes wijn. Er was verder een stand met lekkere kazen, een bakker en een slager (tegen betaling). Minstens interessante, meestal (heel) lekkere wijnen, merendeels wit. Terug met rustige treinen door stromende regen, ditmaal via Lausanne, Yverdon, Neuchâtel, Biel en Solothurn naar Burgdorf en Oberburg. Als aperitief en bij de vegane maaltijd (gekookt door mijn oudste nicht) drink ik nog een speciaalbier van de Burgdorfer Brauerei, een ESB vernoemd naar de landschapsschilder Samuel Grimm. Amberkleurig, waasje, hop, beetje fruit, niet teveel koolzuur.

Zondag is familiedag, aan het begin van de middag gaan we per trein naar Bern, naar mijn jongste nicht en haar familie. Een deel van de middag wordt doorgebracht in een nabije speeltuin (er is een tweejarige in het gezelschap!), daarna eet ik met mijn zus en oudste nicht een prima maaltijd bij een Indiaas restaurant. Als begeleidende drank kies ik voor Djeronimo, een White IPA van de Brasserie des Franches montagnes, 5,3 vol%. Hoppig maar niet overdreven bitter en goed passend bij de maaltijd. Maandagochtend inpakken en huiswaarts, zonder noemenswaardige vertraging.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

 
%d bloggers liken dit: