Bier & Trein

Bierreizen, bierfestivals en meer

Treinreizen met een Mund-Nase-Bedeckung

Posted by Treinjan op 12/09/2020

Augustus – september 2020

Zaterdagmorgen via Utrecht, Duisburg, Mannheim en Neustadt naar Wachenheim aan de Weinstraße, Rheinland-Pfalz. Alle aansluitingen worden gehaald, zelfs al moet ik 1 keer snel trappen lopen. Ik overnacht in een klein Gästehaus waar ik gastvrij ontvangen word en de regels voor het dragen van mond- en neusbedekking uitgelegd krijg. Er hangen ook overal dispensers met ontsmettingsmiddel. Mijn kamer is klein maar van al het nodige voorzien (en het bed is lang). Voor het avondeten had ik via e-mail gereserveerd bij het restaurant dat voortgekomen is uit de regionaal (en ook wel daarbuiten) vermaarde slagerij Hambel. Heel goed eten en zeker niet duur.
Zondagmorgen een zeer uitgebreid ontbijt, een bijna volledig buffet op je eettafel. Daarna met de trein naar Neustad, waar de lokale museumtrein Kuckucksbähnel op punt van vertrekken staat.

Dan een bezoek aan het Pfalzbahnmuseum direct achter het station, niet groot maar met een aantal heel bijzondere exponaten; dit wordt gevolgd door Kaffee mit Kuchen. De terugrit naar Wachenheim onderbreek ik kort in Deidesheim, ook zo’n wijndorp. In Wachenheim neem ik vervolgens deel aan een rondleiding met kleine proeverij in de Sektkellerei Schloss Wachenheim, die wordt gegeven door een voormalige bedrijfsleider, dus heel informatief.

Inbegrepen zijn twee glazen Sekt plus de mogelijkheid om na afloop in het proeflokaal nog iets te proberen. Sinds enkele jaren wordt er ook alcoholvrije Sekt gemaakt en een deel van de alcohol die dan overblijft wordt enkele jaren op hout gelagerd. Deze zeer smakelijke Weinbrand van 40 % gaat dus mee in de tas, is trouwens bepaald niet duur. Aansluitend een warme maaltijd met een niet te droge Riesling en in het Gasthaus nog een kop thee.

Maandag maak ik gebruik van een Länder-ticket voor Rheinland-Pfalz plus het Saarland en reis met een omweg (Landau – Pirmasens Nord) naar Saarbrücken. Daar een klein stukje met de Saarbahn (tram/trein) naar het oude centrum en eten bij Zum Stiefel met een glas Zwicklbier uit hun huisbrouwerij. Dan terug naar het station en door naar Völklingen voor een bezoek aan de Völklinger Hütte, een enorm hoogoven-complex dat in 1986 gestopt is, nu museum en Unesco-Weltkulturerbe.

Het is zo groot dat ik bewust een paar delen laat zitten, ik begrijp goed dat ze ook tweedaagse toegangskaarten verkopen. Terug in Wachenheim nog een klein hapje eten (een Flammkuchen en een pul Kellerbier uit Franken!) en dan op tijd naar bed, met name het onderstel heeft rust nodig. Dinsdag staat de volgende verplaatsing op het programma. Na nog zo’n heerlijk ontbijt inpakken en de trein weer in, via Neustadt, Karlsruhe en Singen (Hohentwiel) naar Gottmadingen in de Hegau. Hier heb ik een Ferienwohnung gehuurd, voor mij alleen is die zeer ruim, is goed uitgerust en handig gelegen qua winkels, restaurants en het station. Eerst een bezoekje aan een van de nabije supermarkten, dan een goede avondmaaltijd in een van de restaurants, in het hoofdgerecht zijn Pfifferlinge (cantharellen) verwerkt.

Erbij een soort van lokaal bier, Bilger Stümple; Brauerei Bilger was in Gottmadingen gevestigd tot 1976, het Stümple wordt weer gebrouwen bij Fürstenberg in Donaueschingen sinds 2013.
Woensdagochtend zelf ontbijt klaargemaakt (niet zo uitgebreid maar wel smakelijk) en dan op naar Appenzell in Zwitserland. Eerst naar Schaffhausen, verder via Winterthur naar Gossau waar ik overstap op een smalspoor trein van de Appenzeller Bahnen. Ik reis eerst naar Wasserauen, het eindpunt van de lijn en van het dal, dan terug naar de plaats Appenzell voor middageten. Er zijn twee (half)kantons Appenzell, Ausserrhoden en Innerrhoden, het dorp Appenzell is de hoofd”stad” van Innerrhoden. Na een stevige maaltijd (onder andere Rösti met Appenzeller kaas) nog een bezoek aan de winkel van brouwerij Locher.

Dan gaat het weer verder met de kleine rode treinen, eerst via Gais naar Altstätten in de Rijnvallei, de afdaling (met tandrad) is behoorlijk indrukwekkend. Terug naar Gais en door naar St. Gallen waar het smalspoor gedeelte van de reis er weer op zit. Via Konstanz en Singen naar huis en een eenvoudige broodmaaltijd; later op de avond nog een bier uit de regio geprobeerd, een bio-landbier van brouwerij Rogg (Lenzkirch, Schwarzwald).
Donderdag blijf ik in de regio. Ik reis rond met een Bodensee-Ticket, een dagkaart voor het openbaar vervoer rond de Bodensee in alledrie de landen plus twee veerverbindingen. Er waren voorheen drie zones, west, midden en oost die gedeeltelijk overlapten. Nu zijn er de zones west en oost plus een nieuwe zone zuid, gevormd door de twee kantons Appenzell (A + I). Ik heb vandaag genoeg aan de zone west. Via Singen naar Konstanz waar ik de boot naar Meersburg zou kunnen nemen. Aangezien er een enorme rij voor de kassa staat voel ik er niet veel voor om daarbij aan te sluiten, temeer daar het Bodensee-Ticket op deze verbinding alleen wat korting geeft. Ik kies voor de wel in het ticket inbegrepen optie, namelijk met de bus naar Staad en met de veerpont naar Meersburg. De bus en de pont gaan elk kwartier, de andere boot minder dan eens per uur; in Meersburg liggen de aanlegsteigers aan weerszijden van de oude benedenstad.

Na een ijskoffie de benedenstad nader bekeken met enkele blikken naar boven. Het is duidelijk te zien dat we hier in een wijnbouwgebied zijn. Onderhand kijk ik ook even bij de aanlegsteigers van de lijndiensten, het is er druk met op een gegeven moment drie schepen tegelijk, een uit elk land. En ondertussen vliegt ook nog een zeppelin over, we zijn hier niet zover van Friedrichshafen.

Dan is het tijd voor het middageten, vis met een lokale Grauburgunder (pinot gris). Daarna weer met veerboot en bus naar het station van Konstanz en meteen verder naar Radolfzell met de Seehas, zoals de treindienst Konstanz – Singen – Engen genoemd wordt (overigens gereden door de SBB). Er is ook een haasje (Seehäsle), de verbinding Radolfzell – Stockach. Die is nieuw voor mij, dus even heen en weer gereden. Vervolgens in Radolfzell aan de oever van de Untersee nog een ijsje verorberd, het station ligt direct aan het meer. Terug in Gottmadingen wederom een eenvoudige broodmaaltijd.

Vrijdagochtend inpakken en op naar Zwitserland. Via Schaffhausen en Winterthur naar St. Gallen om daar de Voralpen-Express te nemen, een door de Südostbahn (SOB) gereden verbinding van St. Gallen naar Luzern. Het is niet de snelste route, maar wel een heel mooie en technisch indrukwekkende. Er rijdt nu nieuw materieel op, de Traverso treinstellen die in de nabije toekomst op meer verbindingen gaan rijden, zoals Basel / Zürich – Locarno via de Gotthard (“bovenover”). Zeer comfortabel, zeker in de eerste klasse. In Luzern neem ik vervolgens de Luzern – Interlaken Express van de Zentralbahn, smalspoor met tandrad. Aan de andere kant van de Brünig pas stap ik uit in Meiringen waar ik nog wat boodschappen doe. Dan door met de stoptrein naar Ringgenberg, waar mijn onderkomen voor de komende drie nachten staat. Nogal een verschil met de grote FeWo, de hotelkamer is een beetje een pijpenla maar goed en slim ingericht met een fraaie badkamer en een balkon met schitterend uitzicht.

Ik heb niet zoveel trek dus eet ik op mijn balkon een eenvoudige (maar voedzame) maaltijd met “restanten” uit Gottmadingen en verse aankopen uit Meiringen. Tot een halfuurtje na zonsondergang kan ik buiten blijven zitten, dan wordt het te fris.
Zaterdag een goed ontbijt met diverse vol smakende kazen. Je krijgt een mandje met de door jou uitgekozen broodsoorten en een glas van je favoriete vruchtensap. Op tafel staat dan een beker met een servet en bestek plus een tang om kaas en vleeswaren te pakken, eenieder heeft dus zijn eigen tang. Koffie en thee (heet water) komen uit een automaat waarvan de knoppen onder makkellijk te reinigen/vervangen folie zitten. Goed gesterkt wandel ik tegen negenen naar de bushalte. Hotelbezoekers in de regio Interlaken krijgen een Gästekarte die ondermeer vrij reizen met de lokale bussen en treinen geeft en diverse kortingen. Zo kan ik gratis met de BOB (Berner Oberland Bahn) naar Wilderswil waar de Schynige Platte Bahn begint, hier krijg je 30% korting.

Dit tandradspoorlijntje (800 mm spoorwijdte) is een soort rijdend museum dat echter aan alle eisen voor een Bergbahn voldoet (en die zijn in Zwitserland behoorlijk streng). De treinen bestaan uit twee wagons en een elektrisch lokomotiefje aan de dalzijde, meerdere lokomotiefjes zijn meer dan een eeuw oud! Bij drukte gaan de treinen in flights van twee of drie omhoog en omlaag. Boven aangekomen kun je genieten van een schitterend bergpanorama, van een fraaie tuin met allerlei bergplanten en struiken (de Alpengarten, toegang inbegrepen in de prijs van je treinkaartje) en van verschillende wandelroutes.

Na een kop koffie en appeltaart (zonder slagroom) bekijk ik de Alpengarten en ga dan weer terug naar Interlaken. Hier staat een bezoek op het programma aan het Hüsi Bierhaus voor een late middagmaaltijd en bier. Bij het eten (Bierbratwurst mit Kartoffelstock und Salat) een simpel amberbier van het vat en als toetje een citra pale ale van brouwerij Haarige Kuh (!) uit Interlaken. Dan met de bus terug naar Ringgenberg waar ik een halte eerder uitstap voor een bezoek aan een kleine supermarkt waar ze bieren van plaatselijke brouwerij Burgbier verkopen. Na opfrissen geniet ik weer op mijn balkonnetje van een eenvoudige maaltijd en een fantastisch uitzicht. Het koelt minder snel af dan gisteravond zodat het al donker is als ik een flesje Burg-bier openmaak, een hoppigge pale ale vergist met een Kveik-gist.
Zondagmorgen, na weer een voortreffelijk ontbijt neem ik dezelfde bus als zaterdagmorgen naar Interlaken Ost. Verder met de BLS via Spiez naar Zweisimmen om daar over te stappen op de Belle epoque Panorama expres van de MOB (Chemin de fer Montreux Oberland Bernois, meterspoor zonder tandrad). Deze trein bestaat uit vier klassieke rijtuigen (tussen twee moderne motorrijtuigen met lage instap), gebouwd in de jaren zestig als replica’s van twee rijtuigen uit 1914 (die ook nog bestaan maar niet in deze trein worden ingezet) en in deze eeuw gerenoveerd en van airco (en stopcontacten) voorzien.

Ik rijd mee tot Chateau d’Oex waar ik omkeer en terugreis met een van de “gewone” panorama-treinen. Vanaf Zweisimmen heb ik nu een directe sneltrein naar Interlaken Ost alwaar ik bij het uitstappen vrijwel meteen de stoomfluit van de Raddampfer Lötschberg hoor. Met deze schitterende boot vaar ik onder helaas niet zo schitterende weersomstandigheden naar Brienz en dan weer terug tot Ringgenberg. Avondeten bij het restaurant direkt bij de aanlegsteiger, vis uit de Thunersee, erbij een glas Fendant. De steile klim omhoog naar mijn hotel valt na de copieuze maaltijd niet mee. Die avond als slaapmutsje een tweede bier van Burgbier, een milk stout die behoorlijk naar koffie ruikt hoewel dat er niet in zit.

Maandag is het dan weer tijd voor de volgende verhuizing. Na nog een voortreffelijk ontbijt inpakken en afrekenen. Daarna per trein naar Interlaken West waar ik mijn koffer in een kluis stop en met de volgende trein doorrijd naar Thun. Een kopje koffie zonder Kuchen, dan nog even treinen kijken en daarna naar aanlegsteiger vier gewandeld waar het DS Blümlisalp klaarligt voor de vaart naar Interlaken.

Eten aan boord, goed en niet heel prijzig. In Interlaken meert de boot af direkt naast station West, koffer uit de kluis halen en met de eerstvolgende trein naar Bern waar de koffer wederom in een kluis gaat. Dan een bezoekje aan mijn nicht en achternichtje, wat is die kleine meid al gegroeid! Mijn zus is daar ook en met haar reis ik verder naar het Emmental waar ik getracteerd wordt op raclette. We hebben wel wat bij te praten, door de omstandigheden is het bijna een jaar sinds mijn laatste bezoek.
Dinsdag zou je kunnen betitelen als risotto-dag. Ik had het idee gekregen om nog eens te gaan kijken bij brouwerij Lasser in Lörrach, in het Wiesental net over de grens bij Basel. Natuurlijk via een iets interessante route dan de standaardverbinding. Dus stap ik in Olten over op het Läufelfingerli, het koosnaampje voor de stoptrein via Läufelfingen naar Sissach via de Hauenstein-Scheiteltunnel, oorspronkelijk dé verbinding vanaf grensstation Basel door de Jura naar het binnenland, gebouwd in de jaren 1853-1858. Door de bouw van de Hauenstein-Basistunnel (1912-1916) verloor de lijn aan betekenis en het is nu niet meer dan een leuk lokaallijntje door fraai landschap. Van Sissach door naar Basel om daar de Wiesental-trein te nemen, die gereden wordt door de SBB, doorgaand vanaf het Bundesbahnhof (Basel SBB), dus zonder overstap in de Badischer Bahnhof. In Lörrach wandel ik naar de Brauereigasthof waar ik buiten kan eten. Er staat onder meer risotto op de Tageskarte, dus dan is voor mij de keus niet moeilijk.

Erbij een proefplankje met vier bieren, de klassiekers Pils – Export – Dunkel, plus het naturtrübe Braugasthof-Bier. Het pils is een goed aperitief, de export kan bij de salade die bij het Tagesmenu is inbegrepen en de resterende twee combineren redelijk tot goed (het Dunkel) met de hoofdschotel, risotto met paddestoelen, rundvlees en pepersaus. Op de terugweg neem ik een IC naar Olten via de Hauenstein-Basistunnel. Die avond ga ik met mijn zus eten in Burgdorf en wat staat er op het menu: risotto! Wel een hele andere, met erbij gebakken tonijn maar toch voorlopig even stoppen met risotto.
Woensdag ga ik nog een keer terug naar het Berner Oberland, om de Brienzer See nu met mooi weer te bezoeken. Ik had afgelopen weekend al zitten kijken of een stukje varen met het DS Lötschberg

soms viel te combineren met een leuk wandelingetje langs het meer. Dus via Thun naar Interlaken Ost, dan met de boot naar Giessbach See en langs de oever met niet te veel omhoog en omlaag “terug” naar Iseltwald gelopen, waar de Lötschberg mij op de tweede retourvaart van de dag meeneemt naar Brienz. Vervolgens met de Zentralbahn weer naar Interlaken Ost, SBB naar Thun en BLS naar Oberburg.
Donderdag naar huis via Burgdorf – Olten – Basel – Keulen en Utrecht. Het traject Basel – Keulen in een Eurocity met Zwitserse wagons met grote ramen, voor goed zicht op de Rijn. Ik neem expres niet de Aussichtswagen, daar zijn de ramen zo groot dat het in de zon onaangenaam wordt.

Het reizen met mond-en neusmasker was geen probleem. Als brildrager heb je soms last van glazen die beslaan, daar had ik een simpele oplossing voor: bril even af en in het steeds paraat gehouden etui. In Duitsland moet je behalve in het openbaar vervoer ook in alle winkels en in restaurants het “masker” op, in Zwitserland in al het openbaar vervoer zoals in Nederland en soms in kleine maar drukke winkels, bijvoorbeeld op stations. Voor eten en drinken mag het even af, in restaurants zolang je aan je toegewezen tafel blijft zitten. En overal wordt je gevraagd je gegevens in te vullen, in beginsel op papier met een bewaartermijn van hoogstens vier weken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.