Bier & Trein

Bierreizen, bierfestivals en meer

Thee, cider, wijn en bier

Posted by Treinjan op 13/04/2019

Maart – april 2019, inclusief twee festivals

Het vertrek uit Leiden is extra vroeg om eventuele vertragingen door werkzaamheden voor te zijn (en dat was maar goed ook). Via Amsterdam en Rheine gaat het naar Leer in Ostfriesland. Ik wandel langs de voormalige haven naar het stadhuis, mijn hotelletje is daar vlakbij. Inchecken door een telefoonnummer te bellen, waarop ik de toegangscode van het sleutelkluisje krijg. Je kunt op de kamer koffie en thee zetten, dus ik begin met een kop Ostfriesentee. Thee is dé drank van deze regio, de Ostfriesen zijn grote theedrinkers, ze doen mee in de wereldtop met een gemiddeld “pro Kopf Verbrauch” van een kleine drie kilo per jaar.

De belangrijkste theehandelshuizen zijn Bünting in Leer en Thiele in Emden. Of je een Bünting of Thiele drinker bent hangt naar het schijnt hoofdzakelijk af van waar je opgroeit. De derde producent van Echte Ostfriesenmischung zit in Norden, de Ostfriesische Teegesellschaft, merknamen ondermeer Onno Behrends (de echte) en Meßmer. Echte Ostfriesenmischung wordt gemengd en verpakt in Ostfriesland en bestaat vooral uit Assam thee, met wat Ceylon en/of Darjeeling, een behoorlijk krachtige mix. Traditioneel wordt de thee gedronken met een klontje kandijsuiker en room (Kluntje & Wulkje), maar zonder te roeren! Hoe dat smaakt kan ik meteen uitproberen als ik het kleine Bünting Teemuseum bezoek, na de rondgang krijg je namelijk nog een kopje thee aangeboden. Vervolgens avondeten in de nabije Stadswaag met ondermeer garnaaltjes (in de soep), witvis (schol om precies te zijn) en kweepeer, daarbij een ongewone wijn, Gelber Muskatteller (Muscat blanc à petits grains).

Donderdagmorgen ga ik met de trein naar Emden, wandel de stad in en zoek een gelegenheid om koffie te drinken. Op de kaart wordt echter ook Thiele thee op zijn Ostfries aangeboden, zij het niet helemaal authentiek, ze gebruiken een theezakje en het speciale roomlepeltje en de klontjestang ontbreken. Maar de Tee mit Kuchen smaakt er niet minder om. Met een kleine omweg wandel ik vervolgens naar het Thiele Teekontor. Daar krijg ik ook een kopje thee aangeboden en sla wat pakjes losse thee in.

De havenstad Emden heeft het in de Tweede Wereldoorlog zwaar te verduren gehad, in de binnenstad is dan ook vrijwel geen enkel oud gebouw te vinden, desondanks zijn er wel enkele leuke plekjes zoals de vroegere stadswallen en de oude haven (Ratsdelft), waar ondermeer een voormalig lichtschip ligt afgemeerd, nu een museum en restaurant. Daar eet ik weer vis, filets van knorhaan, roodbaars en schol, met mosterdsaus, gebakken aardappelen en haricots verts, erbij alleen water. Ik wandel daarna op mijn gemak terug naar het station en neem de trein terug naar Leer. Eerst een korte pauze op mijn hotelkamer, dan weer de Altstadt in. Leer heeft nog hele straten met fraaie oude panden en ook de nieuwbouw sluit meestal goed daarbij aan. Ik bezoek nog een keer een koffie- en theehuis, hier krijg ik de thee bijna volledig authentiek geserveerd.

De pot met Kluntjes (en tang!) staat buiten beeld. Zowel Bünting als Thiele zijn verkrijgbaar, als je geen voorkeur kenbaar maakt krijg je Bünting. Overigens is deze theepot wel wat groter dan die in Emden, daar zaten precies de traditionele drie kopjes in, hier ongeveer het dubbele (het zijn kleine kopjes). Erbij nog een stuk Ostfriesentorte, die is met in rum geweekte rozijnen. Daarna ga ik nog even winkelen bij Bünting, de winkel annex tearoom (zo mag je het wel noemen) staat vlakbij het museum, daar kon je trouwens ook het een en ander kopen. Avondeten in een visrestaurant aan de andere kant van het stadhuis, knorhaanfilet met apart klaargemaakte rösti en salade, heel lekker, met wederom alleen mineraalwater. Mijn hotelkamer is voorzien van een minibar en alle dranken zijn gratis, dat is vooral fris en water maar er staat ook één flesje bier bij. Later op de avond maak ik nog dit flesje Th. König Zwickl open, komt van König, Duisburg. Het wordt op het etiket omschreven als Kellerbier maar dan moeten ze toch eerst even wat bijles gaan nemen in Oberfranken. De caramelsmaak gaat gauw tegenstaan, ik heb het flesje niet uitgedronken.

Vrijdag volgt dan de volgende verplaatsing. Na uitchecken wandel ik weer naar het station, drink daar nog een kop thee en ga dan met een dubbeldeks IC2 van de DB naar Hannover, via Oldenburg en Bremen. Vandaar verder met een ICE naar Frankfurt am Main, via Göttingen en Kassel maar zonder stop in Fulda. Mijn hotel is net 200 meter van het Hauptbahnhof en niet onbekend, ik verblijf er voor de derde keer. Avondeten in een soort dependance van Apfelweinwirtschaft Frau Rauscher in Sachsenhausen.

Een buffet van allerlei gerechten uit de Frankfurter / Hessische keuken, vanzelfsprekend met cider. Er zijn behoorlijk wat mensen, maar van vrijwel alles is er meer dan genoeg en er wordt goed bijgevuld.

Zaterdag de stad in, koffie met iets erbij, dan naar het Caricaturenmuseum waar ik een genoeglijk uurtje doorbreng. Vlakbij is een restaurant dat ook een speciaal appelwijnmenu heeft in het kader van Ciderweek. Vooraf appel-aardappelsoep, hoofdgerecht is “Coq au Ebbelwoi”, dat blijkt een soort “pulled chicken” met een risotto van rijst en spelt plus ondermeer prei, gebakken uiringetjes en appelchips. Erna nog een griesmeelpudding met compôte, erbij een glas Apfelwein van een mij nog onbekende Kelterei. Inmiddels is het zulk mooi weer geworden dat ik de rest van de middag niet veel meer doe dan daarvan genieten. Voor het avondeten rijd ik met U-Bahn en bus naar Praunheim. Schuch’s heeft gelukkig nog een tafeltje voor mij, zodat ik eerst kan genieten van aardappel-daslooksoep, dan van varkenslende met calvadossaus en (aard)appelkroketten en tenslotte van driemaal kweepeer: mousse, ijs en taartje. Erbij de eigen Apfelwein mit Quitte en water.

Zondagmorgen bezoek ik eerst het Senckenberg natuurhistorisch museum, drink daar ook koffie met wat erbij en wandel dan tegen enen naar het Gesellschaftshaus Palmengarten voor Cider World 2019, de Frankfurter Apfelweinmesse. Ditmaal had ik het kaartje al in de vroege voorverkoop aangeschaft, dan worden de extra kosten van online koop (die in Duitsland soms schandalig hoog zijn) ruimschoots gecompenseerd. Voor nog geen 22 euro kan ik nu een middag lang kleine beetjes proeven, voor het glas betaal je 5 euro statiegeld.

In feite gaat het proeven in twee sessies van 2 uur, tussendoor nog een uurtje genieten van het wederom prachtige weer in de Palmengarten zelf. Avondeten is dan iets heel anders: vlakbij mijn hotel zit een Perzisch restaurant en dat wil ik wel eens proberen, temeer daar het behoorlijk goed beoordeeld wordt. Een onderdeel van de maaltijd wist ik al tevoren: saffraanrijst en dat klopte ook. Erbij vanzelfsprekend alleen water.

Maandagmorgen is het dan weer inpakken en wegwezen. Via Stuttgart – Aulendorf – Friedrichshafen naar het wijndorp Nonnenhorn aan het Beierse deel van de Duitse Bodenseekust, nabij Lindau. Inchecken in het hotel, even bijkomen, dan een kleine rondwandeling door het plaatsje, waarbij ik ontdek dat er een reuzensequoia van circa 140 jaar oud staat op een pleintje tussen enkele nog oudere gebouwen, een daarvan is een St. Jakobskapel.

In een van die gebouwen is een restaurant waar ik geniet van een uitstekende maaltijd met eend als thema, met een glas plaatselijke Rotling. Er wordt hier ook veel ander fruit dan druiven geteeld, vooral appels. Hoofdgerecht is eend in calvadossaus, bij de koffie nog een glaasje houtgerijpte appelbrandewijn van de buurman van het restaurant.

Dinsdag maak ik een rondreis langs drie hoge punten, zeker een is ook een hoogtepunt. Eerst met de trein naar het havenstation van Friedrichshafen (ja dat is dus Friedrichshafen Hafen, het hoofdstation heet Fr. Stadt, niet Hbf). Daar neem ik de veerpont naar Romanshorn in Zwitserland, waar het station direkt aan de haven ligt. Trein naar Rorschach Hafen (400 meter boven de zeespiegel), ook direkt aan het meer, dan met de Rorschach – Heiden Bahn (onderdeel van de Appenzeller Bahnen) naar het op 800 meter gelegen Heiden. Vandaar per bus naar Walzenhausen, dat ligt weer wat lager, 673 meter. Tijd voor de eenvoudige doch smakelijke zowel als voedzame maaltijd met een glas Saft vom Fass, ongefilterde cider uit de Thurgau. Vervolgens omlaag naar Rheineck (400 meter) met een klein tandradtreintje, ook van de AB.

Dan naar grensstation St. Margrethen en met de Oostenrijkse spoorwegen (ÖBB) naar Bregenz. Vanaf het Havenstation aldaar loop ik naar de Pfänderbahn, een kabelbaan naar de top van de “huisberg” van Bregenz, dat is een stijging van 640 meter, de top van de Pfänder ligt op ruim 1060 meter.

img_20190402_160153111_hdr7975844462087226358.jpg

.

Terug beneden gaat het vrij vlot terug naar Nonnenhorn via Lindau. Avondeten is eenvoudig doch voedzaam, pizza en Weizenbier.

Voor woensdag was de weersvoorspelling matig, maar dat blijkt mee te vallen. Eerst naar Lindau, waar ik overstap op de Eurocity uit München op weg naar Zürich en Basel. Met restauratie, dus ik kan een kop koffie krijgen. In St. Gallen neem ik de bus richting Arbon aan de Bodensee tot Stachen voor het bezoek aan Mosterei und Brennereimuseum Momö (Mosterei Möhl). Het kanton Thurgau produceert veel fruit, vooral appels, dus wordt er ook veel fruitsap , cider en gedistilleerd geproduceerd. Möhl had al een museale verzameling, maar die was niet mooi opgesteld en alleen tijdens rondleidingen (voor groepen) toegankelijk. Er is een apart gebouw voor opgericht en de verzameling is leuk gepresenteerd, voor volwassenen zowel als kinderen. In de kelder van dit gebouw liggen een aantal foeders waar de cider enkele maanden in rijpt.

Na de rondgang is er nog een winkel met glas- en aardewerk, wat boeken en allerlei souvenirs, hier kun je ook iets eten en drinken. Ik doe dat laatste echter niet in het museum maar in een klein restaurant aan de overkant van de weg waar je voor een bescheiden bedrag goed kunt eten van een buffet met soep, sla, aardappelen, twee soorten pasta, diverse groenten en drie soorten vlees. Erbij natuurlijk Saft vom Fass, de ongefilterde Apfelwein van Möhl. Daarna nog een bezoekje aan de Getränkeladen van Möhl, dan met de bus door naar Arbon, trein naar Romanshorn, veerboot naar Friedrichshafen. Daar doe ik nog een boodschap en loop naar het Stadtbahnhof voor de laatste trein van deze dag naar Nonnenhorn. Avondeten in hetzelfde restaurant als maandag, met onder andere Bärlauch (daslook) en eend plus een Spätburgunder Weissherbst. Als ik buiten kom kondigt zich een weersomslag aan, harde wind en een gevoelige daling van de temperatuur.

Donderdagmorgen valt het allemaal nog mee, al is het wel een stuk kouder. Na ontbijt, inpakken en uitchecken neem ik de trein naar Friedrichshafen, als ik instap begint het wat te spetteren. Als na de oversteek van de Bodensee mijn trein vertrekt uit Romanshorn regent het al harder en naarmate ik westelijker kom zitten er steeds meer sneeuwvlokken tussen de druppels. Bij Winterthur blijft de natte sneeuw op akkers en velden al liggen. De sneeuwvalgrens daalt uiteindelijk tot 400 meter boven de zeespiegel, onderin valt een paar centimeter, hogerop tot wel anderhalve meter. Mijn zus woont op circa 550 meter, dus daar valt het wel mee.

Vrijdag ga ik een interrail-reisdag opmaken middels kilometervreten, daarbij ben ik ook even in Frankrijk. Route: Oberburg – Zollikofen – Biel – Meroux (Belfort-Montbeliard TGV) – Belfort, daar heel even rondkijken en dan terug via Meroux – Moutier – Solothurn – Burgdorf – Oberburg. De avondmaaltijd is kaasfondue, twee Käsereien uit de regio maken met lokale kazen een kant-en-klare bierfondue. In plaats van wijn gebruiken ze Burgdorfer bier, i.p.v. kirsch whisky en i.p.v. knoflook hop.

Zaterdag staat het Zürich Bier Festival op het programma. Zoals steeds in het Spirgarten Theater in Zürich-Altstetten. De reis is sneller en eenvoudiger dan voorheen, want de direkte InterRegio (Bern -) Burgdorf – Zürich stopt nu ook in Altstetten, zodat omreizen via Zürich HB niet meer nodig is. De toegangsprijs is ongewijzigd, 20 frank, betalen gaat met muntjes ter waarde van 1 frank, de meeste bieren gaan voor twee of drie muntjes. Er worden TeKu glazen (statiegeld vijf frank) gebruikt, schenkhoeveelheid is 10 cl.

Iets meer dan de helft van de aanwezige brouwerijen is Zwitsers, maar naar bieren geteld zijn de Zwitsers in de minderheid. Dat komt door een stand van een importeur die meer dan vijftig bieren uit allerlei landen heeft meegebracht. Er zijn zowaar een paar zitplaatsen binnen (meer plaats buiten, maar daar stinkt het) dus mijn voeten hebben het niet zo heel zwaar, desondanks vind ik het na drieënhalf uur, vijfentwintig muntjes en een klein dozijn bieren (en een cider) welletjes.

Zondagmorgen een kleine wandeling met een cultureel thema. Langs een leuke route met enig klimmen en dalen zijn ruim twintig (amateur-)kunstwerkjes van inwoners geplaatst. Begin en eindpunt zijn zoals te verwachten bij een Wirtschaft. In de middag nog op en neer naar Bern, avondeten weer in Oberburg, met water en een klein beetje digestif. En maandag gaat het dan via Bern, Mannheim, Keulen en Utrecht weer op huis aan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.