Bier & Trein

Bierreizen, bierfestivals en meer

Viez, bier en wijn, bergen en treinen

Posted by Treinjan op 09/10/2018

En ook nog een boot, september/oktober 2018

Dinsdagmorgen vroeg opstaan om de ICE van half negen uit Utrecht te halen. Tot Duisburg gaat alles goed, maar dan wordt de trein omgeleid vanwege kabeldiefstal. In Düsseldorf hebben we een klein halfuur vertraging, dan gaat het feest nog even verder: vanwege een wisselstoring worden we weer omgeleid met als resultaat bijna een heel uur vertraging bij aankomst in Keulen. Dankzij de flexibiliteit van een Interrail kaart kan ik zonder gedoe mijn reisroute aanpassen, in plaats van dwars door de Eifel gaat de rit nu langs Rijn en Moezel naar Trier, zodat ik toch op de geplande tijd in Merzig (Saarland) arriveer. Het Saarland en een aangrenzend deel van Rheinland-Pfalz vormen het tweede ciderproducerende gebied van Duitsland, na Hessen. Hier spreekt men niet van Apfelwein maar van Viez (van Latijn: vice) en het standaard drinkgerei is de Porz, een aardewerken pul met een inhoud van 0,4 liter. Tegenwoordig zijn er ook kleinere van 0,2 liter en miniaturen voor de appelbrandewijn. Het gebruik van de Viezporz is echter geen ijzeren regel, in het restaurant waar ik die avond van een goede maaltijd geniet komt de Viez in de glazen pul van het jaarlijkse Viezfestival.
Woensdag ontbijt op mijn kamer, het kleine Gasthaus beschikt niet over een ontbijtruimte en het naastgelegen restaurant is juist weer te groot, dus staan er in elke kamer een goedgevulde koelkast, een waterkoker en een koffiezetapparaat met alles wat daarbij hoort en een fruitmand; verse broodjes worden vroeg in de ochtend aan de kamerdeur gehangen. Daarna met de stoptrein naar Trier om te voet en ook met de stadsbus wat rond te kijken, na een kop koffie (zonder iets erbij!). Ook schaf ik een echte Viezporz aan en wat boekjes over markante gebouwen. Middageten bij Kraft-Brau in het stadsdeel Olewig, een al 20 jaar bestaande brouwerij bij een hotel-restaurant. Het vaste assortiment is het te verwachten trio Helles – Dunkel – Weizen, plus twee ales, waaronder een IPA, er wordt ook met bier gekookt en bij de meeste gerechten op de kaart staat een bieradvies. Naast de vijf eigen bieren staan er nog een stel betere Duitse plus Amerikaanse en Belgische bieren op de bierkaart.  Als ik aan het eind van de middag in Merzig terug ben ga ik nog een keer langs bij de Tourist Information, waar redelijk wat lokale producten te koop zijn, net als in Trier trouwens. Voor het avondeten ga ik met de trein nog even op en neer naar Mettlach. De Abtei-Brau heeft zoals meestal maar één bier op tap, een ongefilterde Helles, dus drank twee is Viez, hier in een Porz geserveerd en heel anders dan die van gisteravond. Sinds mijn vorige bezoek is er een mosterdmolen bijgekomen, een potje gaat mee.
Na een goede nachtrust en ditto ontbijt loop ik donderdagmorgen naar het hoofdstation van Merzig om de Süwex-sneltrein (Südwest Express) naar Trier te nemen, die aldaar goed aansluit op de CFL-sneltrein naar Luxemburg. Daar eerst koffie met iets erbij, dan het station nader bekijken, er is de afgelopen jaren het nodige aan verbouwd en uitgebreid. Met wat eten en drinken in de tas gaat het vervolgens per SNCF-sneltrein naar Metz. Daar geniet ik een tijdje op een bankje van het mooie weer en van de fraaie, zij het soms wat pompeuze architectuur om me heen. Dan gaat het via Forbach en Saarbrücken terug naar Merzig. Voor het avondeten steek ik de Saar over, naar het Saarfürst Merziger Brauhaus, een grote huisbrouwerij bij de jachthaven. Hier is de eigen productie Helles, Rotbier, Schwarzbier en Weizen, p!us enkele seizoensbieren (geeneen op dit moment). Een typisch lokaal gerecht, Gefillde (gevulde Klöße), met speksaus en zuurkool. Ik laat het bij één glas bier, want in mijn koelkast staat nog een flesje Viez op me te wachten.

Vrijdag inpakken en opruimen, dan naar Saarbrücken, daar koffie en een broodje voor de lunch gehaald, vervolgens met een dubbeldeks TGV (verbinding Parijs – Frankfurt) naar Mannheim. Daar heb ik een iets ruimere overstap dan gepland, want de ICE Amsterdam – Basel heeft weer vertraging, zij het niet zoveel als afgelopen dinsdag. Desondanks haal ik mijn aansluiting in Basel, die staat namelijk aan de overzijde van het perron, waardoor ik op de geplande tijd in het Emmental arriveer. Avondeten in een restaurant even buiten het dorp dat door een verenigde actie van de dorpsbewoners voor definitieve sluiting behoed is, mijn zus is een van de vele aandeelhouders. Hirschpfeffer met Spätzle, rode kool, spruitjes, stoofpeer, kastanjes en nog veel meer, plus een glas rode wijn.
Zaterdag begint grijs. Via Bern en Neuenburg (Neuchatel) naar La Chaux-de-fonds in de Jura, aankomst met een halfuur vertraging en een extra overstap (ja, ook in Zwitserland gebeurt dat wel eens). Ik wandel in de inmiddels doorgekomen zon in ongeveer tien minuten naar de Brasserie de la Fontaine, een nog vrij jonge huisbrouwerij in een oud gebouw. Rösti met spek, kaas en ei (een eenvoudige doch voedzame maaltijd), daarbij een proefplankje van de vier beschikbare bieren, drie vaste en een seizoensbier. De twee blonde bieren (Kölsch en witbier) zijn relatief licht in alcohol (4 – 5 %), de twee donkere zijn zwaarder (7 – 8 %). Bij het witbier zit een klein stukje citroen op de glasrand, wat te denken geeft, maar ik bespeur het niet echt (het raakte de vloeistof ook niet). De bieren zijn niet bizonder maar goed te drinken, eten en bediening zijn prima. Terug via Biel en Solothurn, nu geheel zonder vertraging.

Zondag gaat de reis weer verder, via Burgdorf, Zürich, Chur (585 meter boven de zeespiegel), Samedan en Pontresina naar Poschiavo (1014 m.) in het Val Poschiavo, een Italiaanstalig deel van het kanton Graubünden. Daarmee bereis ik een groot deel van het Unesco Weltkulturerbe Albula-Bernina, afgezien van het stukje Samedan – Pontresina tweemaal op een prima plek, namelijk schuin achter de machinist(e). De Allegra motortreinstellen (bestaande uit twee motorwagens en een tussenrijtuig) trekken daarbij op een zonnige zondag als deze nog eens zeven wagons over de Berninapas (2253 m.). Vlakbij het station van Poschiavo bevindt zich een restaurant dat in een nieuwbouw erachter enkele kamers heeft. Het restaurant is op zondag gesloten maar kookt wel voor hotelgasten. Bij binnenkomst wordt me gevraagd of ik zin heb in risotto, de hoteleigenaar kan zeker gedachten lezen.  Een kleine salade met salametto di Poschiavo, dan een prima risotto con funghi e zafferano. Erbij een bier van de lokale Birreria Pacific in het bijbehorende glas dat wat plat oogt maar in de mond een normale koolzuurprikkel heeft (Abete, 5,5 vol%).
Maandag is het weer omgeslagen, grijs en zo nu en dan nat. Na het ontbijt ga ik even boodschappen doen, bij de nabije supermarkt en bij de Tourist Information. Dan met een vertraagde (alweer!) trein naar Tirano (429 m.) in Italië, waar de Berninabahn eindigt. Hoogtepunt op dit deel van het traject is het viaduct van Brusio, waar de lijn in een volledige cirkel onder zichzelf door gaat om op korte afstand een groot hoogteverschil te overwinnen. In Tirano is er nog aansluiting op een regionale exprestrein richting Milaan. Ik stap uit op het station Varenna-Esino aan het Comomeer, loop naar de kade en ga daar middageten. Een driegangen vismenu, witte wijn (Traminer) en water. De nevel mindert onderhand, zo nu en dan spettert het nog wat, maar je kunt nu tenminste de andere oevers (het Comomeer is een soort omgekeerde y, Varenna ligt op het punt waar de drie armen bij elkaar komen) goed zien. Het is een komen en gaan van veerboten, ze vervoeren soms wat auto’s maar toch vooral voetpassagiers. Dan terug naar Tirano, daar nog even rondkijken en vervolgens met een korte Berninatrein (één Allegra-stel) noordwaarts.  De trein blijft echter niet kort, in het eerstvolgende station wordt gerangeerd en enkele goederenwagens aangekoppeld. Op de Berninabahn rijden als regel geen aparte goederentreinen, op de rest van het net van de RhB meestal wel. Avondeten weer in het restaurant naast het Gästehaus: wild, geen Hirsch, maar cinghiale (wildzwijn). Rode wijn erbij, Veltliner, uit Valtellina, een wijnbouwgebied in het dal van de Adda dat direkt aan de zuidpunt van het Val Poschiavo grenst, het hoorde ooit bij Graubünden.
Dinsdag is het weer heel ander weer, zonnig maar met een harde koude wind die pas tegen de avond afneemt. Ik neem de trein naar het zuiden tot Miralago aan de zuidpunt van het meer van Poschiavo. De spoorlijn (en de weg) nemen de westoever, ik neem de oostoever waar alleen een voetpad loopt.  In goed vijf kwartier wandel ik naar Le Prese aan de noordpunt van het meer, waar ik weer op de trein stap, noordwaarts tot Alp Grüm, het laatste station voor de pashoogte. Een hapje eten in de stationsrestauratie met daarbij Möhl-saft, klarer Apfelwein (4 %), het gefilterde broertje van het Saft vom Fass. Daarna nog even rondkijken bij het station, zo mogelijk uit de wind. Met de volgende trein omlaag tot Cavaglia, daar neem ik deel aan een rondleiding door de nabije Gletschergarten, Il giardino dei ghiacciai. Voornamelijk door het smelten van de Berninagletscher aan het eind van de laatste ijstijd zijn hier door smeltwater met daarin grotere en kleinere stenen grote holtes uitgeschuurd, die de afgelopen twjntig jaar door een vereniging deels weer zijn blootgelegd. Leerzaam en indrukwekkend.  Bij terugkomst in Poschiavo ga ik nog even kijken in een winkel met wijn en andere lokale producten, ook vlakbij het station. Ze verkopen er ook de bieren van Birreria Pacific, er staat een leeg flesje van elke beschikbare soort uitgestald, de volle flesje staan donker opgeslagen. Avondeten in een ander restaurant in Poschiavo, met als hoofdgerecht pizzoccheri, een gerecht uit de lokale keuken op basis van boekweitmeel, met weer rode Veltliner en water.

Woensdag vertrek ik weer uit de Puschlav, terug naar het Emmental; ditmaal niet meekijken met de machinist, de treinen worden met ander materieel gereden dan op de heenreis. Bij het avondeten (wéér risotto) drink ik het meegebrachte bier, Saraceno, met boekweit als bijzonder ingrediënt. In tegenstelling tot het flesje van zondagavond schuimt het bier sterk. In de geur overheerst de hop, in de smaak het fruit.
Donderdag maak ik bij mooi weer nog een trein- en boot-rondreis. Eerst boemelen door Emmental en Entlebuch naar Luzern, waar ik overstap op de Luzern – Interlaken Express van de Zentralbahn. Hoewel deze als InterRegio te boek staat is deze smalspoortrein niet snel, ondermeer door de tandradsecties aan weerszijden van de Brünig pas. Maakt niet uit, is er des te meer tijd om te genieten van het landschap. In Interlaken dan in drie minuten van Ost naar West, waar nog meer fraais ligt te wachten: het DS (Dampfschiff) Blümlisalp, een stoomraderboot uit 1906, opnieuw in de vaart sinds 1992, laatste renovatie in 2006. De overtocht naar Thun duurt ruim twee uur, dus voldoende tijd voor een glas thee met iets erbij en daarna een flesje Zwickelbier van Rügenbräu, Interlaken.  Ondertussen is het genieten van het steeds weer wisselende uitzicht. Terug in het Emmental staat er raclette op het menu, met thee erbij.

Vrijdag is het eerste deel van de thuisreis. Via Olten, Basel en Mannheim gaat het naar zuidelijk Hessen, naar de stad Lorsch. Deze plaats is vooral bekend vanwege het Kloster Lorsch. Daarvan zijn nu nog slechts enkele (restanten) van gebouwen over, maar ooit was het zeer belangrijk; het staat op de lijst van Unesco Werelderfgoed. Avondeten in het hotel met wijnen uit Rheinhessen (Spätburgunder blanc de noirs) en de Hessische Bergstraße (Rotling, bij het dessert). Er staat ook Apfelwein op de kaart, maar deze is naamloos.
Zaterdag ga ik na een goed ontbijt naar het stadje Bensheim voor wat rondkijken en koffie, dan door naar Heppenheim voor wederom wat rondkijken en middageten. Hotel-restaurant Halber Mond heeft een eigen brouwerij én distilleerderij, er is ook een winkeltje met produkten van de Bergstrasse. Daar kijk ik natuurlijk ook even rond, een flesje kruidenbitter van de halvemaan gaat mee alsmede potjes jam en mosterd uit Bensheim, Heppenheim en Weinheim; Weinheim behoort tot de Bergstrasse maar ligt al in Baden-Württemberg. Bij het middageten drink ik het seizoensbier, Festbier als in Oktober-, maar dan zoals het was: amberkleurig, bijna lichtbruin, hoppig, kruidig en moutig; het huidige Munchener O-festbier is veel bleker. Daarna reis ik terug naar Lorsch, even langs mijn hotelkamer en dan naar het bezoekerscentrum bij de resten van de abdij, tevens museum.  Eerst bekijk ik een deel van de tentoonstelling, daarna nog een rondleiding over het (voormalige) kloosterterrein. Avondeten in Drayß Back- und Brauhaus, een huisbrouwerij voortgekomen uit een bakkersbedrijf, in de ook aanwezige oven worden nu vooral Flammkuchen gebakken; er is een tweede vestiging in Bürstadt, weer met brouwerij en steenoven. Ook hier een amberkleurig Festbier, iets minder vol van smaak dan in Heppenheim.
Zondag gaat het dan weer terug naar Leiden, de terugreis (ook op vrijdag) verloopt geheel volgens dienstregeling.

,

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.