Bier & Trein

Bierreizen, bierfestivals en meer

Veel herfstkleuren, weinig bier

Posted by Treinjan op 11/10/2017

Donderdagmorgen vroeg opstaan voor de direkte ICE richting Basel. Alles rijdt op tijd en dat is maar goed ook: door verzakking van de spoorbaan als gevolg van werkzaamheden bij Rastatt moet ik een stukje met de bus. De trein uit Amsterdam eindigt in Karlsruhe, daar een eerste extra overstap, maar wel op hetzelfde perron. Deze ICE rijdt door tot Rastatt waar we wederom gelijkvloers op bussen kunnen overstappen die in een vrijwel continue stroom tussen Rastatt en Baden-Baden pendelen. Daar moet je helaas wel door de tunnel naar het perron, maar hier staat DB-personeel klaar om koffers en kinderwagens omlaag en omhoog te sjouwen, dan hoeven die niet allemaal op de lift te wachten. Mij bieden ze geen hulp aan dus ik maak blijkbaar nog geen al te oude of zwakke indruk. Een ook aangeboden flesje water sla ik overigens niet af.
StaufenVanaf Baden-Baden pendelen weer IC/ICE stellen naar Basel, maar zover reis ik vandaag nog niet. In Freiburg stap ik over op de RE richting Basel en verlaat deze weer in Bad Krozingen. Het Gästehaus waar ik twee nachten slaap is goed vijf minuten lopen. Inchecken gaat vlot en een Konus-kaart voor gratis OV ligt op de kamer voor mij klaar. Daarmee reis ik een uurtje later naar het stadje Staufen in het Münstertal (Schwarzwald) voor een bezoek aan de winkel van distillateur Schladerer die verschillende fruitdistillaten van hoge kwaliteit maakt. Met enkele aankopen in de tas kijk ik nog wat rond en ga dan eten in een restaurant dat zich vooral richt op kaas, met name fondue en raclette. Na een salade dus een klassieke raclette: kaas, in de schil gekookte aardappelen, augurken en zilveruitjes, als extra nog Bündnerfleisch. Daarbij jonge wijn (Neuer Wein) en water. Terug in Bad Krozingen maak ik het niet laat.

Vrijdag weer tijdig opgestaan en goed ontbeten, dan via Freiburg  naar Ihringen am Kaiserstuhl. Dit wijndorp heb ik eerder bezocht, maar toen was ik er  niet op een vrijdag. Elke vrijdagmorgen is er namelijk een open rondleiding bij de Winzergenossenschaft. Interessant (vooral de diverse vatenmagazijnen) en goed en met humor toegelicht. Je krijgt een witte en  een rode wijn te proeven plus vers druivensap en na afloop krijgt iedereen een glaasje met fraaie opdruk mee; kosten: niets! Daarna heb ik natuurlijk wel iets gekocht alvorens het plaatsje in te wandelen.
De fraaie tuin waar ik twee jaar geleden heb rondgekeken blijkt ook vandaag geopend. Ditmaal is het de eigenaar die mij ontvangt. Hij en zijn vrouw maken diverse fruitdistillaten, soms heel bizondere zoals een Maulbeerbrand, er staan meerdere zwarte moerbijbomen in de tuin. Twee jaar geleden was die op, nu kan ik mijn slag slaan. Daarna middageten, buiten bij het restaurant van een van de plaatselijke wijnmakers, met een karafje Grauburgunder en water. De middag breng ik goeddeels door in de trein: eerst terug naar Freiburg, dan is de Höllentalbahn aan de beurt en de bij Titisee afbuigende Drei-Seen Bahn, dat betekent: heel veel herfstkleuren. Terug in het nogal toeristische Titisee een bezoek aan een modelspoorwegmuseum waar het helemaal draait om de modellen van Märklin. Bij het avondeten (Maultaschen, we zijn immers in Baden)  na alle wijn en gedistilleerd een groot glas Apfelschorle.

Zaterdagochtend de koffer weer gepakt en met drie snelle overstappen naar het Emmental. Geluncht bij mijn zus en daar mijn hoge wandelschoenen opgepikt. Dan via Bern naar Eggerberg op de Lötschberg Südrampe (Wallis). Ik kijk uit op Visp in het Rhônedal, dat is vanwege de Lonza-werke niet het meest fraaie uitzicht, maar achter de stad begint het dal dat naar Zermatt (en Saas Fee) voert, dus gewoon de blik iets hoger dan wel naar links of rechts richten: herfstkleuren onderaan, hogerop groen (naaldbomen), daarboven kale rots in verschillende kleuren en soms nog een witte top. Na het invallen van de duisternis bieden al de lichten van fabriek en stad trouwens een fraaie aanblik. Avondeten in het hotel met wederom witte wijn, Fendant.

Zondagmorgen na een voedzaam ontbijt per trein naar Brig, even rondkijken, een kop koffie en dan met de bus naar Mund. Dit dorp is de enige plaats in Zwitserland waar nog saffraan wordt geteeld. De saffraankrokus is een herfstbloeier en de oogst is meestal midden oktober.  Na het eten (Saffraanrisotto met paddestoelen en saffraanparfait toe) een wandeling langs enkele van de akkers waar de eerste krokussen te zien zijn. Dan een vrij pittige afdaling naar Lalden waar ik weer op de trein naar Brig stap. In Brig meteen overstappen op de MGB-trein naar Zermatt (Matterhorn-Gotthard Bahn). Een bizonder smalspoortraject (meterspoor) met diverse tandradsecties, landschappelijk ook fraai en soms zeer indrukwekkend. Zermatt zelf daarentegen, hoewel autovrij, vind ik niet bijster aantrekkelijk, dus ik ben snel weer teruggereisd tot Visp en vandaar met de bus omhoog naar Eggerberg. Nog een hapje eten, nu met een glas Johannisberg (alweer wit).

Maandagmorgen hetzelfde patroon, maar ditmaal brengt de bus me via de Simplon-pas naar Domodossola in Italië, een indrukwekkende rit ondanks matig weer. Hoewel je dat niet zou denken als je komt aanrijden heeft Domo een fraaie oude binnenstad. Daar zijn ook leuke eethuisjes die vaak een aantrekkelijk geprijsd middagmenu aanbieden. Na een lekkere maaltijd met een zeer goede prijs/kwaliteitsverhouding terug naar Brig met de trein, om daar nog wat boodschappen te doen en deze naar Eggerberg te brengen. Een uur later met de volgende Lötschberger (de naam van de trein die dit traject elk uur berijdt) naar Ausserberg, een stop verder. Avondeten bij restaurant Bahnhof, dat de bieren van de plaatselijke Suonen-brouwerij voert. Het hoofdgerecht is cholera, dat leest u goed: cholera. Dit is een ovenschotel, ooit bedacht toen men geïsoleerd was vanwege een cholera-uitbraak en moest koken met wat voorradig was, belangrijkste ingrediënten zijn aardappelen, uien, appels en kaas. Daarbij Suonen Perle, een ongefilterd Dunkel.

Op dinsdag moet het slechtweer-programma eraan te pas komen. Naar Brig, koffie en dan naar het Stockalper Schloss voor een rondleiding. Daarna met de stoptrein naar het wijndorp Salgesch voor plaatselijke wijn en middageten. Vooral de Heida, een witte wijn, sprong eruit. Terug met de trein tot Visp, dan met de bus naar Saas Fee. De rit gaat deels door een vrij woest dal, dat met wat zonneschijn vast vriendelijker overkomt, de zon laat zich echter pas tijdens de terugrit weer zien. In Visp stap ik over op de bus naar Eggerberg, afgelopen zondag was dat een minibus en dat vond ik toen heel gepast gezien de smalle weg en haarspeldbochten. Maar een grotere bus gaat ook, zo liet de Zwitserse Postbus zien. Ik kan op mijn balkon nog even genieten van de zon, daarna avondeten met erbij alleen water.

Woensdag verlaat ik Wallis en reis met de MGB van Visp (651 m.) naar Disentis in Graubünden, met een overstap in Andermatt. Naarmate je dichter bij de Furkapas komt wordt het landschap woester, aan de oostzijde in de dalkom van Andermatt (Kanton Uri) is het maar iets minder woest (weinig bomen). De klim omhoog naar de Oberalppas (2033 m.) is ook door (ver)woest terrein en vrijwel continu met tandrad, zo ook de afdaling aan de oostzijde. Bij Disentis (1130 m.) is het landschap alweer een stuk lieflijker. Deze plaats wordt gedomineerd door het opvallende gebouw van de Benedictijner abdij. Als ik me in mijn hotel heb geïnstalleerd is een bezoek aan de kloosterkerk dan ook een van de programmapunten. Avondeten in het hotel met Bündner eten (capuns) en wijn uit Malans.

Hoezo smalspoortreintje?

Donderdagmorgen met de Viafier Retica ofwel Rhätische Bahn (RhB) naar station Reichenau-Tamins (604 m.), waar de twee takken van de Rijn, de Vorderrhein en de Hinterrhein bij elkaar komen, overigens in een trein getrokken door een locomotief genaamd Malans. Vanaf Reichenau gaat het verder naar  Preda (1789 m.) bij het noordportaal van de Albula-tunnel. De RhB (ook meterspoor) doet het zonder tandrad maar met veel keertunnels en ander bochtenwerk.  Bij Preda werkt men aan de nieuwe Albulatunnel en er valt het een en ander te zien. Daarna een stop terug tot Bergün/Bravuogn waar het Albula Bahnmuseum gevestigd is. Veel over de geschiedenis van de Rhätische en Albulabahn plus een fraaie modelbaan. Overigens: de Albulabahn (Thusis – St. Moritz) behoort samen met  de Berninabahn (St. Moritz – Tirano) tot het Unesco Weltkulturerbe. Terug in Disentis staat er wild op het menu (Hirschpfeffer met polenta), met daarbij niet de obligate rode wijn maar Saft vom Fass, cider van Kelterei Möhl uit de Thurgau, waar ik vorig jaar ben wezen kijken.

Vrijdag vertrek ik alweer uit Disentis, allereerst wederom naar Andermatt. De omgeving van de Oberalppas is behoorlijk wat witter dan twee dagen geleden, de regen van vannacht is hier als sneeuw gevallen. Andermatt ligt in een dalkom, dus onder een grijze deken. Met de MGB pendeltrein gaat het dan steil omlaag naar Göschenen aan het noordportaal van de Gotthard-tunnel waar het ook grijs en somber is. In Erstfeld is de zon er alweer bij en in die zon gaat het verder naar Luzern en Langnau. In het Emmental ziet de lucht er soms wat dreigend uit maar het blijft droog. Bij aankomst in Oberburg ga ik eerst even kijken bij de nabije Blackwell brouwerij (het station Oberburg ligt feitelijk in Burgdorf). Twee broers maken met ondersteuning van hun vader bieren die vergisten met lokaal verzamelde wilde gisten, wat niet wil zeggen dat alle bieren zurig zijn, wel dat ze ver uitvergist en dus “droog” zijn. Met nog een andere bezoeker en een van de broers worden twee bieren geproefd, Teatime wild ale (met zwarte thee, 6,9 vol%) en Mercury Saison (met roggemout, 4,2 vol%). Er gaan ook nog twee flesjes mee; alle bieren worden alleen op fles afgevuld. Veel bier rijpt op houten vat, meest wijnvaten. Avondeten is wederom  raclette, een vast programmapunt bij een bezoek aan Zwitserland, met daarbij thee.

Zaterdag rustigjes aan, de dag start zonnig maar koud. Na de lunch een wandeling in de omgeving met niet teveel hoogteverschil. Als aperitief voor het avondeten een van de bij Blackwell gekochte flesjes, Jubilee Porter (5,7 vol%). Forse schuimontwikkeling bij het inschenken, gelukkig gebruik ik een groot proefglas. Lichte mokkageur, de smaak biedt koffie, chocolade en een vleugje zuur, doet beetje denken aan de hier populaire yoghurt met koffie/mokkasmaak, pas in de nasmaak is er een bittertje te bespeuren; apart en lekker. Daarna staat er risotto op het menu, nog zoiets wat er bij mij altijd in gaat. Risotto alla Milanese wordt met witte wijn gemaakt, erbij ditmaal alleen gemeentepils.

Ook de zondag is een rustige dag. Als verlaat verjaardagskado biedt mijn zus mij een etentje aan in een restaurant in Oberburg. De bierkeuze is zeer beperkt, alleen Feldschlösschen. Er staat weer Hirschpfeffer op het menu, nu met Spätzle als basis, zeker zo lekker als in Disentis. Ditmaal wel wijn erbij: Merlot del Ticino (Tessin). Aan het eind van de middag dan de tweede fles van Blackwell: Saison de table (2,9 vol%). Droog, fris, wat fruitig en kruidig, ietwat wrang en bitterig in de nasmaak, doordrinkbaar.

Op maandag begin ik aan de thuisreis, volgens goede gewoonte niet in een keer: tussenstop in Hessen, omgeving Frankfurt. De treinreis gaat zonder veel vertraging en in relatieve luxe: een kaartje 1e klas was maar een tientje duurder. Ik heb een hotel geboekt in Rodgau, zuidoost van Frankfurt, het laatste stukje is boemelen geblazen. Avondeten in Frankfurt-Seckbach bij Zum Rad, waar ze nog hun eigen Apfelwein maken. Eerst een glas Süßer, vers geperst appelsap. Donkergeel richting bruinrood en troebel, zoet maar ook zurig, daardoor doordrinkbaar en niet plakkerig. De Apfelwein (die is dus van vorig jaar) is geel met een klein waasje, plat, zachtzuur maar beslist niet wrang. Hoofdgerecht is Wildschwein-Bratwurst met aardappel-ui-wortel pannekoekjes en salade, toe nog een stukje (ahum) Apfelkuchen.

De dinsdagmorgen begint nat, ik reis met een omweg naar het centraal station, kijk daar even rond en ga dan naar Bornheim om het Kaufhaus Hessen te bezoeken, in weerwil van de naam niet heel groot. Ze schenken er ook koffie, dus eerst cappuccino en dan het assortiment bekijken. Met Apfelweingelee en Bornheimer mosterd ga ik terug naar het centrum. Alvast een kaartje gekocht voor het Apfelwein festival van volgend jaar, dus ik weet wanneer ik op zijn laatst hier weer zal zijn. Dan naar Praunheim voor een bezoekje aan Schuch’s restaurant, waar de verwerking van de appeloogst ook in volle gang is. Er is dus ook frischer Süßer, die iets zoeter (of minder zuur) is dan die van gisteren. Hoofdgerecht is Hirschkeulenbraten, nu ondermeer met Kartoffelklößen, rode kool en een saus met Wacholder (jeneverbes). En appelijs toe! Na nog wat rondkijken in de stad avondeten in het restaurant dat bij het hotel hoort, dit voert de bieren van Glaabsbrau uit Seligenstadt. Helles en het 1744 Kellerbier bij een eenvoudige maar voedzame maaltijd.

Woensdag is dan echt de laatste dag van deze reis. Koffer en rugzak gaan in een kluis op Frankfurt Hbf en ik ga nog even de stad in met de tram. Koffie met iets erbij tussendoor (handig, een bakker met koffie pal naast de tramhalte), en even na twaalven middageten bij Zum gemalten Haus in Sachsenhausen met natuurlijk Apfelwein. Daar stopt de tram naar FFM Hbf ook voor de deur.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.