Bier & Trein

Bierreizen, bierfestivals en meer

Nieuw terrein

Posted by Treinjan op 01/06/2017

Rondreisje door de Alpen, mei 2017

Met een vooral sinds vorig jaar veelgebruikte verbinding naar Frankfurt, daar met de U-Bahn (sneltram) naar mijn hotel in Heddernheim. Een korte pauze om wat op te frissen, het is hier in Hessen tamelijk warm. Dan door naar het Nordwestzentrum, daarvandaan wat later verder met een bus naar Praunheim voor de avondmaaltijd bij Schuch’s. Citroenkip (gemarineerd), basmatirijst, gemengde groenten en een basilicum-appelwijnsaus, daarbij een glas Apfelwein mit Quitte (kweepeer) en water. Daarna een lekker koud dessert, sorbetijs van Grüne Soße-kruiden en van rode bessen met een scheut Apfelsecco, mousserende appelwijn. Ik neem nog een enkel flesje mee, hier wordt namelijk ook in 0,25 liter gebotteld.

De volgende morgen zet ik de reis voort na een versterkend ontbijt. ICE naar München, daar een krappe overstap (de trein is 8 minuten te laat, dus even stevig doorlopen) op de EC naar Innsbruck, eindbestemming van deze trein is trouwens Verona. Hiermee betreed ik (vrijwel) nieuw terrein, ik ben hier pas eenmaal eerder langsgekomen, toen in de andere richting en zonder uit te stappen. Bij aankomst koop ik een Innsbruck-card voor 72 uur, die geeft ondermeer gratis openbaar vervoer in de stad en direkte omgeving. Daarmee reis ik eerst per tram (Stubaitalbahn) naar mijn hotel in het dorp Mutters, een stuk hoger gelegen, de tram klimt en draait stevig. Mijn kamer is niet groot maar lekker koel, is in het souterrain en kijkt uit op het noorden. Daarna weer terug naar de stad, even rondkijken en avondeten bij Theresienbräu, de enige huisbrouwerij in de stad en dat al sinds 20 jaar. Een relatief eenvoudige hap met een pul Stammhausbier (donkergeel, wazig, wat citrus, kruidig [droppig!] met een nabittertje, beetje vreemd maar niet onaardig). Als toetje neem ik een Weizen dat vooral de citruskant opgaat, weing kruidnagel of banaan.

Donderdagmorgen een luxe ontbijt in het nieuwe hotel direkt naast de Gasthof (zelfde eigenaar), dan de stad in en rondkijken in het oude centrum, onderbroken door koffie met iets erbij.  De temperatuur is al aardig aan het stijgen en je kunt niet de hele tijd in koele kerkgebouwen verblijven (in dit geval de Dom, gewijd aan Jacobus). Daarom ga ik naar het beginstation van de Nordkettenbahnen, net ten noorden van de Altstadt. De eerste etappe is een Standseilbahn, een kabelspoorweg die eerst ondergronds naar de oever van de Inn loopt, deze per brug oversteekt om aan de andere oever weer even ondergronds te gaan. Vervolgens gaat het steil omhoog naar het eerste tussenstation Hungerburg. Dit ligt op 860 meter (ongeveer even hoog als Mutters), het beginstation Congres op 560 meter, hierboven is het nog vrijwel net zo warm als in de stad. Etappe twee is een klassieke kabelbaan met twee cabines die me naar de Seegrube brengt op 1905 meter. Daarvandaan voert etappe drie, met een enkele cabine, naar Hafelekar op 2256 meter. De meegebrachte trui verricht hier goede diensten, vanaf Seegrube zit je in de sneeuw. Na wat rondkijken daal ik 1 niveau af en ga eten in het restaurant Seegrube, met erbij het Oostenrijkse standaardbier, een Märzen, wat overeenkomt met een Duitse Helles. In de middag gaat het dan weer omlaag naar de warmte, aanleiding om niet te lang in de stad te dralen maar mijn relatief koele hotelkamer op te zoeken voor wat rust. Het weer is wat benauwd, dus ik houd me verder rustig en beperk me tot een eenvoudige avondmaaltijd (kaas, worst, crackers) zonder alcohol.  De rest van de avond breng ik door met bestuderen van verzamelde folders en kaarten, onderbroken door een korte avondwandeling. Daarna dit verslag bijwerken met daarbij een slokje cider uit Frankurt.

Vrijdag weer een uitgebreid ontbijt, dan weer de tram naar de stad. Eerst staan twee kerken op het programma, de basiliek van Wilten en de kloosterkerk van het Premonstratenzer klooster er vlakbij. Daarna een bezoek aan museum en klokkengieterij Grassmayr, het is een kleine maar interessante tentoonstelling en je mag vele klokken en klokjes laten galmen. Dan naar het centrum voor koffie, gevolgd door een bezichtiging van de Kaiserliche Hofburg. Ik vind een aangename manier om een eenvoudige lunch tot me te nemen: een wijnwinkeltje biedt een kleine proeverij aan van drie Oostenrijkse wijnen met daarbij een kaasplateau en brood, met nog een flesje water een prima middagmaaltijd. Drie wijnen, een Frührroter Veltliner Malvasia, dan een Riesling en als derde een Grüner Veltliner, in weerwil van sommige namen alledrie wit. De kazen zijn drie keer in orde en eenmaal erg lekker, dat is dan ook een Bergkäse. Vervolgens neem ik weer de tram naar Mutters, even langs mijn hotelkamer, binnen het halfuur weer terug naar het tramstationnetje en verder door naar het eindstation, Fulpmes. Even rondkijken, er is tijd voor een ijskoffie, dan terug naar de stad. Aan de achterzijde van het station Innsbruck West bevindt zich in een bedrijfsverzamelgebouw brouwerij en distilleerderij Baumgartner, die bier op de markt brengt onder de naam Tiroler bier. Een paar maal per week is er “Rampenverkauf”, met de mogelijkheid om de produkten te proeven. Het basisbier is een ongefilterd bier van 4 vol% dat zeer doordrinkbaar is, daarnaast is er een Weizen. Ik drink een pul huisbier en neem een flesje bierbrand mee. Een echt bier-en-trein moment, bierdrinken met treinen vlak voor je en een achtergrond van bergen, ik kan de stations van de Nordkettenbahnen nog net onderscheiden. De lucht begint er dreigend uit te zien als ik naar de tramhalte loop en precies als ik in de tram zit begint het te spetteren, in Mutters moet de paraplu er dan toch even aan te pas komen. Avondeten in het restaurant van het hotel, met nog een slokje Grüner Veltliner.

Zaterdagmorgen is het behoorlijk afgekoeld en hangen de wolken in het Inntal hier en daar lager dan Mutters. Nog een keer goed ontbijten, inpakken, betalen en voor de laatste maal naar het tramstationnetje. Op Innsbruck Hbf een kop koffie, dan met een regionale trein naar station Brenner(o), net in Italie. Eerst een Südtirol Mobilcard aangeschaft, dan nogmaals koffie. Met een Südtiroler trein, gereden door TrenItalia, via Bolzano (Bozen) naar Meran(o). Daar neemt de provincie het over voor het laatste stuk naar Staben (Stava), een plaatsje binnen de gemeente Naturno (Naturns). De spoorlijn Meran-Mals is in de vorige eeuw door de Italiaanse staat stilgelegd en begin deze eeuw door de provincie Alto Adige/Südtirol herbouwd, vooralsnog zonder bovenleiding. De Zwitserse treinenbouwer Stadler is huisleverancier met dieseltreinstellen (GTW 2/6) voor de Vin(t)schger Bahn en elektrische (FLIRT 4 en 6 wagen) voor de rest van het net en in de toekomst ook voor de Vinschgerbahn. In Staben overnacht ik in een pension op minder dan 100 meter van het stationnetje. Na me geinstalleerd te heben wandel ik op en neer naar een Bauernladen waar lokaal geproduceerde levensmiddelen verkocht worden en doe daar enige aankopen. Ik eet die avond ook in het pension, heb dus halfpension, iets wat ik zelden doe maar nu wel goed uitkomt en trouwens, er wordt hier prima gekookt, gang twee zijn aardappelgnocchi, een van mijn favorieten uit de Italiaanse keuken! Bij de maaltijd de witte huiswijn, een Weissburgunder (pinot blanc) uit Staben plus water.

Zondagmorgen een beetje uitslapen, een lekker ontbijt met ondermeer Vinschgerli (gekruide broodjes) en zeer smakelijke kazen. Dan rijd ik met de trein naar het eindpunt Mals (Malles) om mij te orienteren voor de verdere reis. Middageten in Naturns, iets oost van Staben. Een pizza met ondermeer appel en gorgonzola, per slot van rekening is dit een van de grootste appelproducerende gebieden van Europa. Dan terug naar mijn hotelkamer voor wat rust, noem het voor mijn part siesta. Daarna drink ik nog wat (nee, Apfelschorle!) en maak een praatje met een mede-pensiongast. Vanavond is er geen diner, ik wandel nog een keer op en neer naar de Bauernladen voor brood, kaas, fruit en sap.

Maandagmorgen per trein naar Meran(o), het centrum van dit deel van Südtirol. Met een bus naar het stadscentrum en daar rondkijken en koffie drinken. De stad is heel groen en bloemrijk (letterlijk) en ook voorzien van de nodige fraaie gebouwen. Dan door naar Bolzano/Bozen, de provinciehoofdstad. Hier wandel ik direkt naar het station van de Rittner Seilbahn, deze kabelbaan mag ik ook gebruiken met mijn mobilcard. Eerst gaat het steil bijna 1000 meter omhoog, dan steek je nog een dal over naar de volgende bergrug. Hier boven rijdt een leuke smalspoorbaan, restant van wat ooit een tramlijn met tandradsectie vanuit het centrum van Bolzano was. De lijn wordt vanzelfsprekend volledig bereden, daarna is het etenstijd. Een Südtiroler Käseplatte met brood en water. Dan weer foto’s maken, je hebt hier een prachtig uitzicht op de Dolomi(e)ten. Nog enkele foto’s bij het Seilbahnstation, daarna gaat het terug omlaag, te voet naar het station en met drukke treinen naar Meran en Staben. Avondeten in het pension, weer 4 heel smakelijke gangen, erbij een Weihenstephaner Weizen.

Dinsdagmorgen rijdt ik met de trein tot Schluderns/Sluderno, een stop voor Mals en neem daar een minibusje naar het stadje Glurns/Glorenza. Een volledig intakte stadsmuur met torens en slechts drie poorten. Het minibusje past daar gemakkelijk door, maar de Zwitserse Postbus vanuit Mals naar het Val Mustair/Münstertal en Zernez (in het Engadin) passeert ook twee van de drie poorten en dat past in een geval maar net. Er zijn ook enkele straten met arkaden, maar daar moet ik op mijn hoofd passen, ze zijn regelmatig te laag. Natuurlijk is er nog tijd voor koffie met iets erbij, dan terug naar Schluderns en per trein tot Latsch, daar een eenvoudige middagmaaltijd met een glas Forst Lager van het vat, Forst (hoofdvestiging in Meran) is de dominante brouwerij in Südtirol. Vanuit Latsch (638 meter) gaat er een kabelbaan naar het op 1740 meter gelegen dorpje St. Martin im Kofel (S. Martino al monte), en met de Gästekarte die ik van mijn hotel heb gehad krijg ik daar nog een kleine korting. Boven aangekomen wandel ik een stukje naar een boerderij die tevens restaurant en pension is en neem daar het toetje, Apfelstrudel met daarbij een glas Buttermilch (karnemelk, zo lekker!) en praat wat met een stel dat ook met de kabelbaan omhoog was gekomen om hier te eten. De boerderij heet Oberkaser, ik neem een stukje erg lekkere Bergkäse mee. Terug in St. Martin bekijk ik nog het kerkje waar het plaatsje zijn naam aan ontleent en neem dan de kabelbaan weer naar beneden. Daar nog wat drinken, dan naar het station en het kleine stukje terug naar Staben. In het hotel wacht me weer een voortreffelijke avondmaaltijd (met risotto, nog zo’n lievelingsgerecht), dan alvast wat inpakken en opruimen.

Woensdag is weer een reisdag. Na nog een stevig ontbijt inpakken en afrekenen, het pension heeft een uitstekende prijs-kwaliteitsverhouding. Volle trein naar Mals/Malles, daarvandaan een ook goed gevulde bus naar het noorden, naar de Reschenpas. Daar stappen de meeste passagiers uit, een klein groepje rijdt door, Oostenrijk weer in. Bij het plaatsje Nauders slaat de bus af en daalt via vele haarspeldbochten af naar Martina in het Unterengadin, waar net achter de grenspost een busstation is. Daar komen de Italiaanse bus uit Mals, een Oostenrijkse bus uit Landeck en twee Zwitserse postbussen bij elkaar. Mijn Südtirol Mobilcard is tot hier geldig en bij instap in de bus naar Scuol stempelt de chauffeur mijn Zwitserse Tageskarte af, die (vrijwel) alle openbaar vervoer in Zwitserland afdekt (trein, tram, bus en boot). Vanaf station Scuol-Tarasp gaat het met de Viafier Retica/Rhaetische Bahn door de Vereina-tunnel naar Landquart, dan met de SBB via Zürich naar Burgdorf en nog een klein stukje met de BLS naar Oberburg, waar ik door m’n zus afgehaald word. Bij het avondeten weer een lievelingsgerecht, raclette; de bijgaande drank is thee, want bij gerechten met grote hoeveelheden gesmolten kaas drink je het best een warme drank.

Donderdag (Hemelvaartsdag) is een rustdag, waar het behoorlijk warme weer ook aanleidng toe geeft. In de middag een kleine wandeling, daarna per trein naar Bern om mijn jongste nicht op te zoeken. Die heeft dan wel speciaalbier in huis, voor mij is er een Chopfab-bier van de Doppelleu Brauwerkstatt, Winterthur en voor haar vriend een Brooklyn Pale Ale (ik kreeg de eerste keus).

Vrijdag ga ik nog weer eens kilometervreten, ik heb nog een aantal Tageskarten die niet meer zo heel lang geldig zijn en heb nog twee goed te combineren doelen gevonden. Het ene is de spoorlijn door het Kanton Glarus (in wezen 1 dal met enkele kleine zijdalen) waar ik nog nooit bezuiden de hoofdstad (ook Glarus) geweest ben. Tussenstop in Schwanden, waar je al sinds 1828 Brauerei Adler vindt, met een eigen Gasthof. Als je naar binnen gaat kom je trouwens eerst enkele kantoren van de brouwerij tegen, het cafe-restaurant zit een verdieping hoger (en daarboven zijn er nog hotelkamers). Een lekkere middagmaaltijd met een prima prijs/kwaliteitsverhouding en twee bieren, het Helles (goed gehopt) en het Zwickelbier. Na het eten kijk ik even rond in de naast de brouwerij gelegen Getränkeladen, waar ik het eigen bierassortiment vind: twee lagers (Helles en Spezial, de Zwitserse term voor pilsner), het Zwicklbier, een Dunkel, een Leichtbier, een Bock, een pale ale en een witbier (geen Weizen!). De brouwerij was vorig jaar aanwezig op het bierfestival in Zuerich-Altstetten, als ouwe rot tussen al die jonge honden. Het aparte flesje heeft overigens een inhoud van 29 cl. Er wordt ook gedistilleerd, ik krijg een slokje te proeven en neem een flesje bierbrand mee. Daarna rijd ik naar het einde van de lijn in Linthal, keer daar om en ga via dezelfde route terug naar mijn tijdelijke thuis in het Emmental.

Zaterdag de volgende verplaatsing, via Burgdorf, Olten en Basel naar Keulen met een Eurocity langs de Rijn. Inchecken in een eenvoudig hotelletje nabij het station, daarna naar het Festival der Bierkulturen in Köln-Ehrenfeld. Zondagmorgen wat rondkijken in de nog rustige stad, middageten bij de Malzmühle en daarna wederom naar het festival. Avondeten bij de Braustelle, die ligt op 100 meter van de festivallokatie. Nog een koel dessert in de stad, dan terug naar mijn hotelkamer. Maandagochtend nogmaals een stevig ontbijt en inpakken, koffer en rugzak kunnen zolang in het hotel blijven. Weer de stad in, vanwege de weer verder gestegen temperatuur in een rustig tempo. Nog een paar koele kerken van binnen bekeken, dan naar het chocolademuseum waar het ook koel is, vooral in het productiegedeelte. Middageten op de binnenplaats van Päffgen, waarbij ik na twee glaasjes Kölsch toch ook maar water bestel. Dan mijn bagage opgehaald en per ICE, met gelukkig goed werkende klimaatregeling, terug naar Nederland.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s