Bier & Trein

Bierreizen, bierfestivals en meer

Bier-, trein- en wijnreis

Posted by Treinjan op 27/09/2012

Nog geen maand na terugkeer uit Franken en de Oberpfalz gaat de reis ditmaal weer eens naar Zwitserland, via Utrecht – Frankfurt – Olten – Burgdorf. Het is op de reisdag bepaald geen vakantieweer, maar de vooruitzichten zijn gelukkig een stuk beter. De eerste dag in het Emmental is gewijd aan wat rondkijken op min of meer bekende plekjes, kijken of er nog chocolade in de aanbieding is (bingo!) en in de kelder zien hoe het met de biervoorraad gesteld is. Er duikt onder meer een flesje Bärner Müntschi (brouwerij Felsenau, Bern) op dat 10 maanden over de houdbaarheidsdatum is, maar nog uitstekend drinkbaar blijkt te zijn. Misschien dat bij een direkte vergelijking met een vers flesje iets te bespeuren valt, maar ik neem eigenlijk niets van veroudering waar.

Vrijdag ga ik vroeg in de middag naar Wettingen bij Baden voor een bezoek aan de beurs Genuss & Freizeit, waarbij ik alleen in het eerste gedeelte geïnteresseerd ben, daar gaat het over het verwennen van de inwendige mens: veel wijn, maar ook gedestilleerd en bier, plus vele verschillende soorten etenswaar. Een kleine proeverij van wijn uit diverse landen, met onder andere een zeer interessante Trebbiano uit Italië en een bizondere Riesling van de Nahe (Duitsland) en als klap op de vuurpijl een fantastische Pedro Ximenez Sherry. Later proef ik aan een andere stand een bizondere witte en rode wijn uit Ecuador (!). Gelukkig zijn de Zwitserse wijnen ook goed vertegenwoordigd; diverse producenten maken ook distillaten, meestal op basis van Weinbrand (brandewijn) of Tresterbrand (grappa). Een zeer lekkere sleedoornlikeur gaat mee, net als wat confiture en natuurlijk kaas; de kaaskeuze is zeer groot, het komt neer op kiezen tussen lekker, heel lekker en nog lekkerder.
Dan is er nog het bier: de vereniging Bierkultur Aargau heeft een stand met daarbij ruime zitgelegenheid. Als je een of meer van de ruim een dozijn aangeboden bieren wilt “degusteren” krijg je 10-15 cl in een mooi proefglas (Rastal Teku, ook  gebruikt in München), wil je gewoon een biertje drinken dan krijg je 30 of 50 cl in een plastic beker – onderscheid moet er zijn. Ik proef een viertal bieren die ik nog niet kende, alle van het vat. Stella Maris van Lägerebräu (uit Wettingen, 5,3 vol%) is amberkleurig met een waasje, bevat honing, smaakt vooral fruitig met een hopbittere nasmaak. Brauniee van Rabenbräu (Gränichen) is een wazig Dunkel van 5 vol% met wat geroosterde mout (broodkorst) en veel rood fruit, zachtbittere nasmaak. Rotkorn van Schlossbräu Rued is koperkleurig en troebel. Veel tropisch fruit, friszurig. Gebrouwen met Dinkel (spelt), zowel gemout als ruw graan. Tenslotte van Kudibräu (Buchs): Roggen, met 40 % roggemout. Lichtgeel, troebel, fruitig, zeer kruidig en moutig, de rogge is duidelijk aanwezig. De fruitigheid is vrij complex, zowel tropisch fruit als citrus. De proefomstandigheden zijn niet optimaal, bezoekers passeren voortdurend tussen tafels en tap, daarnaast is er enige geuroverlast van etenswaren.

Zaterdag heeft UHB (Üelu’s Home Brew, what’s in a name) in Burgdorf open dag. Ulrich Bösiger brouwt in een geheel aangepast tuinhuisje met twee Braumeisters (elk 50 liter) uitstekende bieren, ik heb al eens bieren van hem geproefd op de Solothurner Biertäge. In de ochtend is het nog zeer stil, ik krijg een uitgebreide rondleiding, proef een heidebier (vrijwel zonder hop, heel fruitig) en een IPA met uitsluitend cascade, goed hoppig maar niet overdreven bitter. In totaal zijn er 6 bieren van de tap te verkrijgen, alle niet te hoog in alcohol. De brouwer is geen voorstander van extreme en niet evenwichtige bieren, een voorkeur die ik deel. Ik neem nog twee flessen mee om thuis te proeven, de eerste is dezelfde avond al aan de beurt. Sinners Ale is amberkleurig en wazig. Onder een kleine schuimkraag is het bier zowel gistig-fruitig als hoppig-fruitig, met een zacht-bittere lange nasmaak, iets uitdrogend. Een behoorlijk complex bier van slechts 4,8 vol%

Zondag is een rustdag met net als zaterdagmiddag een kleine wandeling in de omgeving. Bij het avondeten wijn (uit de Lavaux aan het meer van Genève), geen bier.
Maandag dan een grotere wandeling over de taalgrens (Duits-Frans) in het tweetalige kanton Freiburg, van Düdingen naar Fribourg. De oversteek is tamelijk spectaculair, namelijk via de voetbrug in het Grandfey-spoorwegviadukt over de Saane/Sarine. Je loopt daarbij onder de sporen met links en rechts uitzicht op de Schiffenensee, een stuwmeer in de Saane, als boven een trein passeert dreunt het behoorlijk. Het viadukt is gebouwd in de jaren 1858-1862 in staal (ook toen al met een voetgangersbrug) en is met beton versterkt tot zijn huidige vorm in 1925-1927. Overigens: de taalgrens staat alhier ook bekend als de “Rösti-Graben”.
In de avond nog een bier geproefd dat afgelopen voorjaar was blijven staan, La Mandragore (8 vol%) van de BFM (Brasserie des Franches-Montagnes): zwartbruin, vrijwel ondoorzichtig. Licht gebrande geur met een spoortje rokerigheid en wat fruit, in de smaak treedt vooral de fruitigheid (rood) op de voorgrond met enige kruidigheid (laurierdrop), plus bitter (hop en mout) in de nasmaak. Er is spelt (Frans: épeautre, Duits: Dinkel) in verwerkt; veel depot onderin het glas.

Dinsdag reis ik met een kleine omweg naar Romanshorn aan de Bodensee en neem daar de veerpont naar Friedrichshafen in Baden-Württemberg, daarvandaan per trein door naar Nonnenhorn in Beieren. Na inchecken in m’n hotel een kleine rondwandeling door het plaatsje, dan reis ik door naar Lindau. Daar de Altstadt nog eens bekeken, deze ligt naast het centraal station op een (schier)eiland in het meer. Avondeten in een Weinhaus met een heel bizonder interieur, met vis uit het meer en met wijn uit Nonnenhorn. Het is de hele dag mooi geweest, maar na achten, als ik gelukkig al terug ben in het hotel, begint het te waaien en te regenen en gaat de temperatuur stevig omlaag.

Woensdagmorgen is het nog steeds nat en grijs. Ik breng nogmaals een bezoekje aan Lindau, met Kaffee und Kuchen, meer precies cappuccino en Mohnkuchen (maanzaadtaart). Dan naar Wasserburg, een plaatsje ook aan het meer gelegen, tussen Lindau en Nonnenhorn. De burcht waar de naam naar verwijst ligt heel fraai op een klein schiereiland (was ooit een eiland), het regent nu nog slechts met tussenpozen. Middageten met Maultaschen (we zijn in Schwaben) en alweer wijn uit Nonnenhorn. Als ik terug ben in Nonnenhorn begint het eindelijk op te klaren. Ik bezoek nog twee plaatselijke wijnproducenten, bij P. Hornstein is de Rädlewirtschaft geopend, de lokale naam voor wat elders wel als Strauß- of Besenwirtschaft bekend staat; hier is het een fraai proeflokaal annex winkel. Ik proef er iets heel bizonders: een lang gerijpte Weinbrand die dateert van 1991! Bij de tweede Winzer, J. Gierer, proef ik een Weinhefebrand, gestookt uit de gistresten naar analogie van Tresterbrand, die wordt gestookt uit de schillen en pitten. Er wordt hier ook enorm veel fruit verbouwd, en natuurlijk ook gedistilleerd, maar ook anderszins verwerkt, ik schaf ook een pot Quittengelee (kweeperengelei) aan bij een stalletje aan de straat (zelfbediening!). Aan het eind van de middag nog een uitleg over een bewaard gebleven, meer dan vier eeuwen oude Weintorkel (druivenpers), door de dochter van de voormalige eigenaar (de pers wordt nu door de gemeente beheerd), met proeverij van twee door de Rebhof am See geproduceerde wijnen, voor de afwisseling een (droge) rosé en een Spätburgunder (pinot noir). Avondeten in m’n hotel met een andere Spätburgunder uit Nonnenhorn.

Donderdag verlaat ik Nonnenhorn, doe mijn rugtas in een kluisje op station Lindau en reis door naar Wangen in de Allgäu. Zeer fraaie oude binnenstad, middageten in een traditionele Gasthof, wederom met Maultaschen, nu met Rehragout-vulling en Pfifferlinge (cantharellen). Ik kijk in het menu nog wel even welke wijnen worden aangeboden, maar kies dan toch voor een pul Hofgutsbier, een exportbier van brouwerij Farny uit het nabije Kißlegg-Dürren. Terug in Lindau haal ik mijn bagage op en reis met een Oostenrijkse trein naar Feldkirch in de Vorarlberg. Ook hier een bizondere oude binnenstad, niet zo heel veel fraaie gebouwen, maar door de vele poorten, stegen en steegjes heel veel sfeer. Dan met een Railjet (de toptrein van de ÖBB) terug tot Bregenz en vandaar Zwitserland weer in. Het rondreizen deze dag gaat met een Tageskarte van de Euregio Bodensee (in Zwitserland tot St. Gallen), een koopje van 13 euro, dat is het kortingstarief voor wie een Duitse Bahncard of Zwitserse Halbtaxcard (of Oostenrijkse Vorteilscard) bezit, ook de volle prijs (€ 16,50) is niet hoog te noemen.

Vrijdag dan een ritje onder en over de Lötschberg, dat wil zeggen heen door de basistunnel (Spiez – Visp), terug via de oorspronkelijke route (Brig – Kandersteg – Frutigen – Spiez), wat mij betreft een van de mooiste spoorwegtrajecten in Zwitserland, daarna een wandeling in het Simmental met prachtig weer. Deze dag is alcoholvrij.
Zaterdag is weer een grijze en natte dag. Wat rommelen, kletsen met mijn zus en nicht, dit verslag bijwerken en dingen uitzoeken op het internet. ’s Avonds dan nog het tweede bier van UHB geproefd dat ik vorige week bij de brouwerij had gekocht. Black knight stout is 4,6 vol% sterk, zwartbruin met een waasje (alleen te zien met een zaklamp) en koffiekleurig schuim. Een frisse geur, in de smaak geroosterde mout, koffie (eerder cappuccino dan espresso), wat stroop en bittere chocolade, beetje rood fruit (vleugje aardbei?), tamelijk bittere en lange nasmaak. Na inschenken van de rest van de halve liter lijkt de extra gist de bitterheid iets te verzachten en de fruitigheid lichtjes te verhogen. Wederom een complex bier.

Zondag bezoek ik de Unterländer Biertage, een nieuw bierfestival van de brouwerijen van het Züricher Unterland, zeg maar het deel van het Kanton Zürich ten noorden van de stad. Verslag: de Unterländer Biertage.

Maandag zit het Zwitserse deel van deze reis er dan definitief op. Via Olten, Basel (dit stukje in de EC Milaan – Basel via Simplon-Lötschberg, voormalig Cisalpino ETR 610 treinstel, de 2e generatie) en Mainz gaat het naar Bad Münster am Stein – Ebernburg in het Nahe-dal. De twee delen van dit stadje hebben een totaal verschillende geschiedenis, Bad Münster is een Kurort (met de meeste hotels), Ebernburg een wijndorp. Voor het avondeten steek ik daarom de rivier over en vind een Straußwirtschaft (ook wel Besenwirtschaft, aan de Bodensee noemen ze dit dus een Rädlewirtschaft) die me sterk doet denken aan een Zoiglstube in de Oberpfalz. Er zijn wat meer varianten van de drank te krijgen, en het menu is wat uitgebreider, vooral voor wat betreft warme gerechten, maar verder is er veel gelijkenis. Ik proef bij Weingut Robert Rapp twee witte wijnen, een Ebernburger Luisengarten [Lage] Müller Thurgau [Rebsorte] Qba trocken, vervolgens een Ebernburger Feuerberg Riesling Qba trocken, beide vallen bij mij goed in de smaak. De prijzen beginnen bij € 1,70 voor een glas van 0,2 liter, dat kun je niet duur noemen.

Dinsdag begint weer nat. Trein via Kaiserslautern en Schifferstadt naar Speyer aan de Rijn. Terecht beroemd vanwege de Dom, maar er staan nog veel meer mooie gebouwen in deze stad. De Maximilianstraße die naar de Dom leidt is ook een prachtig ensemble, hier ga ik nog wel eens terug komen. Ik wilde middageten in Brauereigasthof Domhof, maar daar was geen plaats meer, dus een andere plek gezocht. Een combinatie van restaurant, Konditorei en slagerij, met een origineel menu (diverse streekgerechten uit de Pfalz) en een interessante wijnlijst. De wijnen kunnen per 0,1 liter geproefd worden, ik kies voor een Riesling en een bio-Weisburgunder uit de Pfalz en natuurlijk zoals steeds water erbij.
Daarna een bezoek aan de Dom en dan toch ook nog aan Domhof. De kleinste glazen bevatten 0,3 liter, een proefplankje is er niet, dus beperk ik me tot 1 bier, het Weizen. Het is amberkleurig (Bernstein) en natuurlijk troebel. Zoetige geur van gedroogd fruit, smaak is zoet maar niet plakkerig, pruimen/rozijnen, gist en een klein bittertje in de nasmaak. Atypisch maar niet onaardig. Nog even verder in de stad rondgekekn, het is nu eindelijk helemaal droog geworden, dan ga ik terug naar Bad Münster.
Avondeten wederom in een Ebernburger Straußwirtschaft: Zum Remis’chen, lijkt iets meer op een echte Gasthof. Men biedt hier een Weinkarusell aan, zes glaasjes wijn uit het (grote) assortiment, naar keuze trocken-halbtrocken of halbtrocken-lieblig, ik kies voor het eerste zestal, dat zijn dan 5 witte wijnen en 1 rode: 2006 Domina (rot, trocken), 2010 Sylvaner (halbtrocken), 2011 Weissburgunder (trocken), 2010 Kerner Kabinett (feinherb), 2008 Riesling Spätlese (trocken) en 2008 Chardonnay Spätlese (halbtrocken). Twee van de witte wijnen zijn al wat ouder, maar bij Spätlese hoeft dat geen probleem te zijn. De rode vind ik de minst lekkere, het meest ben ik gecharmeerd van de Kerner. Het proeven is een hele klus, alle glazen zijn ruim gevuld (boven de maatstreep), dus een behoorlijk hapje eten en water erbij. Bij het terugwandelen naar de andere oever heb ik geen moeite op koers te blijven, ik slaap prima en de volgende dag ga ik fris (maar niet vrolijk) op weg naar huis, de reis is nu echt ten einde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s