Bier & Trein

Bierreizen, bierfestivals en meer

Franken en Zwitserland

Posted by Treinjan op 30/04/2005

April 2005

In verband met werkzaamheden reis ik ditmaal eerst naar Amsterdam, en dan via Amersfoort, Arnhem en Keulen naar Frankfurt Flughafen. Daar overstappen op een trein naar Würzburg voor de vierde trein van deze dag die me naar Bamberg brengt. Een korte wandeling naar Spezial, waar mijn naam nu achter kamernummer 2 staat. Een tweepersoons, maar ik hoef slechts voor een eenpersoonskamer te betalen. Straatzijde, dus ik kijk weer uit op Fässla.
Na het uitpakken en inrichten wandel ik op m’n gemak richting centrum. Een belangrijke brug wordt gedurende mijn verblijf afgebroken (als voetganger ondervind ik geen hinder) en ik maak een paar foto’s. Door naar Ambräusianum, waar inmiddels een proefpaletje op het menu staat, drie keer 0,1 liter, ideaal om te proberen. De vorige keer was A. net een maand open, dus ik verwacht dat de bieren wel niet precies hetzelfde zullen smaken als toen. Die verwachting komt uit: het Dunkel is fruitiger, minder moutig, niet gebrand. Het Weizen is donkerder van kleur en vooral kruidig. Het Helles is voller van smaak, vooral fruitig maar toch ook moutig. Voor bij de maaltijd kies ik voor het Weizen.
Omdat het een mooie avond is wandel ik verder de Stephansberg op en ga naar de Spezi-Keller. Het uitzicht is inderdaad zo fraai als beloofd. Hoewel het niet zo warm is kun je toch nog goed buiten zitten (jas aan) een een Spezial rauchbier drinken. Hier wordt het bier uit een vat getapt, zonder koolzuurdruk, en geserveerd in een stenen pul (Seidla, halve liter). In de Spezial zelf komt het bier uit een tank in glazen op tafel. Smaakt allebei uitstekend.

Maandagochtend eerst de stad in om wat boodschappen te doen, waaronder een Bamberg-Card, waarmee je 48 uur met het stedelijk OV kunt rondreizen, plus gratis toegang tot enkele musea, en korting bij enkele andere, een gratis krant etc. Even de aankopen naar m’n kamer brengen, en dan met de bus naar Bischberg, een dorp dat grenst aan Bamberg, om een bezoek te brengen aan de Gasthof zur Sonne. Om te beginnen een Helles – een goede indrinker: vrij neutraal, wel behoorlijk gehopt. Mijn hoofdgerecht, de Braumeisterpfanne (erg lekker) is bereid met een Dunkel-biersaus, dus dat bier bestel ik erbij. Een aangenaam moutig bier, dat in de nasmaak toch ook redelijk hoppig blijkt. Tenslotte een Weizen, van de fles, mit Hefe. Zoals dat hoort redelijk fruitig, in dit geval vooral sinaasappelachtig. Heel lekker en verfrissend.
Zur Sonne wordt gedreven door de familie Schuhmann. Ik heb het echtpaar vorig najaar in Ambräusianum in Bamberg ontmoet en beiden herkennen mij. Na de maaltijd krijg ik van Herr Schuhmann een snelle rondleiding. De brouwinstallatie is van Kaspar Schulz uit Bamberg, de diverse onderdelen zijn van uiteenlopende leeftijden, en ingepast in een ouder gebouw, zodat met de beschikbare ruimte gewoekerd moest worden. De oudste zoon, die zijn opleiding o.m. bij Spezial heeft gevolgd, is nu de Braumeister. Normaal worden 2 of 3 brouwsels per week gemaakt, jaarproduktie ca. 3000 hl. Met eigen flessen- en vatenafvulling. De zoon is nu met vakantie, dus de brouwerij ligt stil, maar alle tanks zitten vol. Bij het afrekenen vraagt Frau Schuhmann me welke bieren ik al gedronken heb en geeft me nog twee andere flessen mee…..!
Na een kort bezoek aan m’n kamer door naar Memmelsdorf, naar Gasthof Höhn. Vorig jaar in mei had Höhn Ruhetag, maar nu kan ik terecht voor een glas Görchla van de tap. Een ongefilterd licht amberkleurig bier (“Bernsteinfarben”). Zeer hoppig, ook heel fruitig, zeer goed. Ik koop ook een (beugel)fles. Zowel Höhn als zur Sonne hebben ook kamers, maar zonder eigen vervoer is dat niet zo praktisch: ’s avonds rijden er (vrijwel) geen bussen van/naar Bamberg. Daarom ga ik tijdig terug naar de stad, even langs Spezial, en door naar Maisel, voor de maaltijd en een Seidla Kellerbier. Daarna vroeg naar bed, ik heb blijkbaar nog wat slaap in te halen.

Dinsdagochtend rustig begonnen en niet al te vroeg met de trein naar Neurenberg. Even op het station rondgekeken en daarna doorgereisd naar Bayreuth. Een broodje als lunch en naar het Brauerei & Büttnerei Museum van Maisel. Daar begint om 14.00 elke dag de open rondleiding. De oorspronkelijke brouwerij is grotendeels behouden, en eigenlijk niet direkt als museum ingericht, vandaar dat je alleen met een gids kunt rondkijken, die bijvoorbeeld regelmatig moet waarschuwen voor lage deuropeningen. We beginnen in de machinekamers waar een aantal forse stoommachines staan. Vervolgens gaan we door het gebouw in volgorde van de bierproduktie. Sommige ruimtes zijn wel heringericht, maar dat betekent altijd toevoegingen: zo zijn de wanden van de ruimte waarin het koelschip staat volledig volgehangen met emaille reclameborden. Elders is bijvoorbeeld de volledige inrichting van een kleine boerderij-brouwerij te zien. Ook de verzameling glazen en bierpullen mag er trouwens wezen. De rondleiding eindigt in de voormalige flessenafvullerij waar nu de bar is ingericht. Iedereen krijgt een bier en er is gelegenheid om in de naastgelegen winkel wat te kopen.
Ik wandel op m’n gemak terug naar het station en ga weer terug naar Bamberg, nu via Kulmbach en Lichtenfels. Eten doe ik in Spezial. De kamer waar ’s morgens de hotelgasten ontbijten doet de rest van de dag dienst als niet-roken deel van het café-restaurant, wat ik zeer waardeer. Later ga ik met de avondbus naar Greifenklau om nog eens het Lagerbier te proeven. Dat komt nu in een glas, buiten in de Biergarten (gesloten) zou het een stenen pul (Seidla) zijn. Ik kan dus goed zien dat het donkergeel van kleur is. De smaak begint verfrissend met een iets wrange fruitigheid die overgaat in een mooie hopbitterheid.

Woensdagmorgen regent het nog steeds als ik opsta, maar na het ontbijt is het weer droog. Ik ga nog wat boodschappen doen en dan begint het opnieuw te regenen. Terug naar Spezial en kijken waar ik nu heen zal gaan – met de bus dan wel. Ik kies de richting Stegaurach en ga eerst naar de Alte Mühle / Mühlenbräu in Mühlendorf. (Het zal duidelijk zijn dat deze bij een watermolen staat.) Bij het eten een Lagerbier, een goed gehopt Helles. Als ik buiten kom is het bijna droog. Met dezelfde buslijn verder naar Debring, naar Müller (!). Hier proef ik twee bieren, eerst het Pils, dat in feite een goed gehopt Helles is, en het Dunkel, dat vooral moutig is. Het weer is opgeklaard als ik buitenkom. Nog even een blik door het raam van de brouwerij (zo te zien een zeer nieuwe RVS-installatie) en terug naar Bamberg.
Per trein door naar Forchheim. Dit stadje van 30000 inwoners heeft 4 brouwerijen (Bamberg doet het nog beter: 70000 inwoners en 10 brouwerijen), waarvan er 3 vrijwel naast elkaar hun Ausschank hebben in een straat; twee ervan brouwen ook ter plekke. Hebendanz ziet er oud uit en is dat ook, de inrichting heeft zijn beste tijd gehad, maar het is er druk (en rokerig helaas). De reden is ongetwijfeld het bier, daar is niets mis mee. Bij Greif is het rustig. Een prima weizenbier en goed eten. Na nog wat verder rondkijken in de oude binnenstad reis ik terug naar Bamberg en ga opnieuw vroeg naar bed.

Donderdagmorgen is de hemel stralend blauw, maar de dag begint wel zeer fris. Ik bekijk nog wat delen van Bamberg die ik nog niet ken met bus en benenwagen. Het middageten gebruik ik in Fässla. Eten en drinken zijn prima in orde, het is er gezellig, maar wel tamelijk rokerig. De indeling in meerdere ruimtes zou ook hier makkelijk een rookvrij gedeelte kunnen opleveren. ’s Middags boemel ik eerst op en neer naar Ebern, daarna naar Buttenheim. Het station ligt een aardig eind van het dorp, maar het is inmiddels aangenaam weer, dus dat is geen probleem. Nadat ik de brouwerijen gelokaliseerd heb bezoek ik eerst het Levi Strauss Museum. Van de spijkerbroeken, ja. Is hier geboren en rond zijn twintigste met zijn familie naar de VS gegaan.
Daarna naar Löwenbräu, direkt naast “grote broer” Georgenbräu gelegen. Het lagerbier is uitgesproken verfrissend met een goede hoppige nasmaak. Het wordt geserveerd in een stenen pul met tinnen deksel; het deksel staat open ivm de schuimkraag. Als die wegtrekt wordt het amberkleurige bier zichtbaar. Nu sluit je het deksel na elke slok (pul op tafel met deksel open betekent: ik wil een nieuwe). Het tapsysteem is vrij bizonder. Er is een toog, maar daarop zit alleen een waterkraan boven de spoelbak. Om de hoek zit laag in de muur een kraantje en daar komt het bier uit….. had de loodgieter wat teveel op? In ieder geval is het bier uiterst doordrinkbaar.
In de ondergaande zon wandel ik terug naar het station en neem de trein terug naar Bamberg. Daar ga ik per bus nog een keer naar Gaustadt om bij Kaiserdom nog het Meranier Schwarzbier te proeven. Dat smaakt me best, maar de sfeer is minder dan vorig jaar en de prijzen zijn (nog) hoger dus ik laat het bij een glas. (Het blijkt dat er een andere pachter is gekomen.) Daarmee zit het Franken-deel van deze vakantie er weer op. Wederom zijn koffer en rugzak zwaar van bierflessen en boeken, en wederom is mijn volgend reisdoel Zwitserland. De reis gaat dit keer (voor de variatie) via Neurenberg – Stuttgart – Karlsruhe – Basel.

Ik ben in de eerste plaats in CH om mijn familie te bezoeken, bier is zeker niet het hoofddoel. Desondanks: mijn zus vertelt dat een nicht met een aantal bierglazen in haar maag zit en gevraagd heeft of zij iemand wist die er eens naar wilde kijken. Dus gaan we haar maandagmiddag opzoeken en spitten de omvangrijke collectie door. We halen alle andere glazen eruit en pakken alles opnieuw in. Ze is blij dat ik haar ook al van een aantal glazen af help, maar het zijn er zoveel dat ze voor de rest beter met een verzamelaarsclub kontakt kan opnemen. (De adressen heb ik haar later doen toekomen). Vervolgens ’s avonds eten in het Schützenhaus in Burgdorf, dat een huisbrouwerij bezit. Goed en zeker naar Zwitserse maatstaven goedkoop eten, en correct bier: foutloos, maar nog iets te neutraal naar mijn smaak.

Dinsdag ga ik rondkijken in Noordoost Zwitserland, kanton St. Gallen. In de nieuwe editie van de gids der Private Braugasthöfe (meegenomen uit Spezial) heb ik gezien dat er een tweede lid in CH is bijgekomen, namelijk Huus-Braui in Roggwil (Thurgau). Ze hebben een Ausschank in St. Gallen, café-restaurant National, ook bekend als Zum goldenen Leuen. Een goed gehopt glas Helles om mee te beginnen, dan een moutige Dunkel, vleugje caramel, redelijk gehopt. Beide bieren hebben nogal veel koolzuur (afstelling tap?). Bij het eten een Gold, een donkerblond bier met wat minder koolzuur, goed gehopt. Het glas is van hetzelfde model als het Burgdorfer, maar onderaan frosted. Als afsluiter het bovengistende “Naz”, een Weizen. Nu past het hoge koolzuurgehalte wel, en het is zeer fruitig, citrusachtig; na uitgebreid proeven zou ik het omschrijven als grapefruit / bittere sinaasappel.
Net als vorig jaar september drink ik tijdens mijn verblijf in Zwitserland wat Bambergs bier op, om ruimte te maken voor bierglazen, chocola en kaas. De koffer wordt er al met al niet lichter op …..

De laatste avond voor terugkeer naar Nederland bezoek ik de Solothurner Biertage. Een grote oude hal met een nieuwere zijzaal, stands van brouwerijen en bierhandelaars, statafels en ook redelijk wat zitgelegenheid. Alle brouwerijen zijn Zwitsers, de handelaars hebben ook buitenlandse bieren, vooral Belgische. Toegangsprijs is CHF 11.-, de bieren kosten meestal CHF 4,- voor 33 cl. (3 CHF is ongeveer 2 Euro.) Bij je toegangskaartje krijg je ook een pul waarin je de bieren kunt (laten) inschenken, of je krijgt er een plastic beker bij. De Zwitsers snappen het dus nog niet helemaal (Het ABO-festival in Lausanne gebruikt ook plastic), wat ook blijkt uit het verkopen van sigaretten en de aanwezigheid van een sigarenstand (!).
Maar over de bierkeuze heb ik geen klagen. Bij Hasli Bier uit Langenthal kun je een proefplankje krijgen, vijf keer 0,1 liter voor 6 frank. Lager (Helles), Amber, Weizen, Winterbier, Frühlingsbier. De fruitsmaak van het Weizen doet me eerst vooral aan appels denken. Omdat het bier zo sterk schuimde krijg ik nog een tweede glaasje; de smaak gaat nu ook wat meer citrus-richting. De twee seizoensbieren zijn het meest uitgesproken van smaak. De ABO heeft ook een stand, met wat buitenlandse bieren; volgens hen komt Witte Trappist uit België (grinnik). Ik wijs ze toch maar even op de fout. Ik zoek hierna een zitplaats in de zijzaal en ga verder met proeven. Vlakbij staat een stand van “vo Gräncha bi Gott” uit Grenchen (what’s in a name). Een voortreffelijk Münchener, fruitig, moutig én hoppig. Dan Bio-Schwarzbier van Unser Bier uit Basel. Moutig maar niet gebrand, licht gehopt, uitstekend.
Er zijn voornamelijk brouwerijen uit Duits-Zwitserland aanwezig; slechts drie uit de rest van CH: een uit de Romandie (BFM), een uit Tessin en een uit Graubünden: Biera Engiadinaisa. Van deze laatste proef ik een hoppig blond bier. Verder heeft de bar waar ik naast zit nog iets heel bizonders, namelijk een bier uit de proefbrouwerij van Mouterij Weyermann uit Bamberg! Het is een zeer donker troebel bier met een lichte rooksmaak, zeer moutig, een tikkeltje zurig. Of dat de bedoeling was weet ik niet. Op een bord staat de volledige ingrediëntenlijst: onder meer 27% Rauchmalz en 3% Sauermalz. Dit bier is zeer vol van smaak, en vormt een goede afsluiter voor dit festival en deze vakantie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s